de brug; gereformeerde kerk-galm om hem, en sneeën brood aan Gereformeerde tafel.
Hoe wil hij dat? Voor hèm verloren zijn?
En de pijnigende, stekende, martelende gedachte: Hoe kan dat, in de wereld ? Dat iemand, levend, niet wil van hèm zijn; als hij, zoo ontzettend graag, zoo eischend, het wil ? Als hij hem liefheeft ?
374