Toen trok alles weer weg, en het werd heel anders en vreemd in huis. Want Lea bleef nu thuis; die was de moeder nu. Langzaam werd het raar; langzaam kwam, bijna ongemerkt, een heel ander leven over hem heen. Want Lea kan geen moeder wezen; zij is pas zeventien jaar, en tegen Hartog kan zij niet op. Hartog wil heele-maal niet door haar verboden worden, en vader is veel weg. Er is verschrikkelijke ruzie thuis tusschen Lea en Hartog; niemand meent er iets van, maar zij gaan zoo ver, dat zij niet meer terug kunnen. Hartog heeft Lea eenmaal met een mes gedreigd. Lea zei: „Durf es, durf es,” omdat zij wel wist dat hij maar opschepte om de baas te blijven en te mogen nemen: brood of vleesch, wat hij wilde. Maar Hartog stond met het mes in zijn hand, en het was te zien wat er gebeurde: dat hij te veel gedreigd had; dat hij nu niet alles wilde laten, omdat hij dan de minste was geweest, en toen pakte hij haar hand : „Zoo? zoo?”
„Ja, durf es...”
„Durf ik niet?”
„Nou toe dan!”
„Daar dan godverdomme,” zei Hartog: hij maakte een beweging met het mes en trok weer gauw terug. Maar Lea riep opeens:
„O! God!” en werd wit, en ging gauw zitten, en het bloed stroomde uit haar hand. Eli haalde een buurvrouw die Lea verbond, en toen ging zij naar den dokter. Maar het was het ergste voor Hartog die de deur uit was ge-loopen, omdat hij in zijn dolheid iets verschrikkelijks had gedaan, wat hij eigenlijk niet gewild had. Zoo weet hij met stille pijn, Eli, dat het was.
Om hem was Eli zoo verdrietig beangst, dat hij den heelen dag op zijn terugkomst bleef wachten; hij kwam niet toen Eli naar bed moest, en hij stommelde pas naar boven toen Eli uren en uren had wakker gelegen, in den angst, dat hij hem heelemaal niet meer terug zou zien. Hartog komt vader niet onder de oogen, bij geen enkelen maaltijd ook. Dat duurt al een paar maanden zoo. Kwijt is hij hem, Hartog; hij doet vreemd, en alles buiten hun.
351