Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



gezicht staat verhit en gezwollen; zijn blik ontwijkt alles, zelfs Eli. Hij zucht, en Eli zwijgt.

„Nou,” zegt Jankef, „kom maar mee naar huis.”

Op straat schrikt Eli even met een bonsje in zijn hart van de mededeeling.

„Dat doen je eigen zoura’s (zoons), je eigen vuile jongens,” klaagt Jankef bitter, „niemand anders als de groote vuile dieven thuis. Een bus van meer dan vier weken, met achttien centen/” (Hij laat nu, doorbrand van zijn eigen woede tegen Theo Jacobson, den deftigen president met zijn officieele gezwollenheid voor Eli spreken): „Als een bode van ons genootschap een bus van meer dan een maand inlevert, waarvan de penningmeester rapporteert dat ze achttien koperen centen bevat, dan is dat voor het Bestuur meer dan genoeg aanleiding om over de betrouwbaarheid van die bode bezorgd te zijn!” — ,,Dat zeggen ze je zoo in je gezicht!... Het is of je zoo spiernakend door een beul de kleeren van je lijf af worden getrokken en je gcgeescld en gebrandmerkt wordt waar iedereen bij staat. En ééntje staat er bij, die trakteert zich der kompleet mee; dat is mijn broedar, mijn broc-dör Herman; die kijkt je zóó in je oogen of-ie zeggen wil: en ik wil óók met de groote meneeren mcc-doen, en daar zul jij voor dienen... zoo kijkt-ie je an, en doet mee en heeft er zijn ampartc Jomtef an, enkel en alleen om ook een klein stukkie op die groote hond, op die vijand van een arm man te lijken. Alles van je eigen vuile jonge honden thuis, die met hun smerige vurige klauwen nergens van af kunnen blijven; met hun vuile bederf-pooten. En geen woord en geen letter kun je tegenzeggen, want al watje te vertellen hebt gehad, al watje hebt gemeend te kunnen zeggen, dat is nou maar brutale praats van een ladelichter van de centen van de arme menschen, voor hun. Hoe is het godsmogelijk, als je nergens van weet... hoe krijgt een mensch het zoo maar over zich beschoren!”

Hij stapt als over vuur, naast Eli voort door de nacht-straatjes. In verstoring opgejaagde loop van een avond, die een feest had moeten zijn.

Eli zwijgt. Vader zegt het: van de jongens. En hij hoeft 21    325

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.