Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



jiddekinderen voorbij gaan, ja, net als een koe, zal ik maar zeggen, een Deventer koek aankijkt. Zoet, maar een beetje vreemd met al die kruiden erin; als-ie er per ongeluk in zou bijten, ja, dan zou-ie de hap d’r zóó weer proestend uitspugen.”

Eli begrijpt het maar half; maar die helft is toch genoeg om hem te doen voelen dat Brammetje een oolijke wonderlijkheid is, en vader zijn wondcrlijk-oolijke begrijper. En daar is Jochempie Pccreboom, de Piepert, met zijn stok langs zijn mankpoot, zijnlangekaal-geschorenponem met de oolijke muizen-oogjes en de rooie koontjes en de lange lachende neus:

„Jankefie!” groet hij, en steekt zijn stok inde hoogte. „O, wat heeft hij een groene zeep gebruikt,” zegt vader, „hij glimt, meneertje, als een geschuurde ketel.”

Zacht-luid, als door een intiemen koker, roept hij naar Jankef:

„Je lijkt daar wel net zoo bezig of je het tooneel moet klaar maken voor de voorstelling! Is ’t niet zoo?”

„Nou, is dat dan niet zoo?”, zegt Jankef, „het andere is toch zeker maar voor de figuur lapoel!” en terwijl hij een grooten schotel met koekjes optilt: „Dat is de hoofd-schotel van den avend, zooals dat heet.”

Jochempie dreigt naar hem met den uitgestoken stok:

„Jij bent de Soten Mckattrik,” (Verleidende Duivel) zegt hij, en hij schudt lachend zijn koppie.

Toch net, denkt Eli, alsof-ie er niet bij is, bij wat er gebeurt, als Jankef zegt: „Kattedrek is het heelemaal niet; maar je bent veel te vroeg, jongetje: ze komen tóch niet vóór twaalf uur.”

En daar is Oomc David, vader’s jongere broer, met zijn beide zoons, Izak en Moos; Moos groen als zijn zusjes, en de meest valsche; en Izak een reus met hooge schouders. Zij groeten niet; hij komt er ook in weken al niet op Sjabbes, want er is ruzie. Oomc David heeft van Mau gehoord dat er een vet kalf ziek lag bij een boer, en vlak voor vader koopt-ie liet weg: een paar woedende woorden met elkaar. Oomc David glimlacht „mienisch”, zegt vader, en laat hem zoo staan, inplaats van tenminste fatsoenlijk „gijlek” (samen) te doen. „Waarachtig niet, ik

20

309

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.