Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



Hij geeft geen antwoord, en zij eischen het niet. Vóór de brug, naar het sluisje toe. Hengels hebben zij niet. Roeien zeker. Ja, roeien, denkt hij over zijn strenge geslotenheid heen. Daarbij mocht hij nog nooit mee. Ja, zij huren een boot. Hij aanvaardt strak de winst; zij nemen hem dus mee op de rivier, in den avond. Met iets van een hevig gewonde, die, onder het dapper dragen van pijn, hulp-verband en vervoer aanneemt in verzwegen dank, zoo loopt hij mee, zoo stapt hij in de boot, zoo gaat hij op de aangewezen voor-bank zitten, terwijl zij afvaren.

Zijn ondoorbreekbaar zwijgen houdt ook de jongens vaneen: geen ander spreken dan enkele woorden van aanwijzing, en zij wisselen blikken over hem, waarachter de glimlach te voorschijn komt van het genot.

Onder het kleine bruggetje door wijkt opeens het genoeglijke van onder aan het straatje te varen; zij glijden opeens in de ruimte van de rivier. Donkergrijs het groote water, de wrcide-oevcr aan gene zij van de bollende rivier in verzachtenden schemer, die de grenzen in donkere vloeibaarheid doet uitloopen en de dieren tot duister-grijze vlekken overstort houdt; boomen als stille paarse standen van trilling. De hemel koel dekkend zwartblauw, met hoopen rondgesmeten vuurvonkjes. Langs de kade links, aan de in nacht-pluis slapende schepen-rom-pen en tegen de huizen als sombere schildwachten morrend ingesluimerd, en tusschen het lange hekwerk van de brug vóór hen: gele knipperende lantaarnlichtjes, als oude vriendelijk mijmerende oogjes.

Zoo stil is het water, dat de riemen als in koele vettigheid dompelen en snijden; dat het is alsof zij voortbewegen door huiselijk vocht.

Aan geluiden niets dan een koerlcnd spatje, een plompje van een vischje verderop, een enkelen keer het verwijderd doffe knal-rythmc van een motorboot die voorbijschiet; het piepen der spaanringen van een zeldzamen roeier; eenmaal een schreeuwtje van een rangeerenden locomotief; dan een ineenzinkende puffenrccks en een trompet-stootje dat scheurt, eer het rammelen en bonken van de wagens zich in de groote donkerblauwe zeediepte van de stilte laat wegglijden.

295

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.