Als hij bij het huis van tante Martha komt, is er een nieuw heimelijk verlangen naar een stukje warmte in hem. Want hij weet niet waarom: daar in dat jonge gezin is nog wel eens iets daarvan te vinden; zij hebben het wel niet rijk, maar veel beter dan bij Eli thuis, en toch is er, in weerwil van weinig contact, altijd daar een diepe hartelijkheid jegens hen. Op Zondagmorgen als hij met vader mee gaat hier Gcwwre-geld halen, moeten zij binnenkomen en koffie drinken; er is stoei en scherts en belangstelling, en vader weet dat hij kan komen om een gulden of rijksdaalder te leen, als de nood aan den man is: het wordt met pleizier gegeven als zij het hebben. Maar dat is het niet alleen; het is geen broer en schoonzuster; het is maar neef en nicht, en het is of er daarom meer waardeering is voor vader en het zijne; er is nooit ruzie uit ijdele onverdraagzaamheid; er is nooit die voortdurende geprikkeldheid die vader’s broers en zusters behalve tante Fie, tegen hem uitleven omdat zij zijn zuiverder blijmoedigheid, zijn rondheid en zijn scherper inzicht niet kunnen dulden.
Hier is waardeering voor Vader, en zelfs een beetje stille eerbied en een beetje blijdschap om hem.
Hij durft binnengaan, het hekje klingelt; niemand en niets in het voorhuis. De slachterij is gelukkig niet in huis: oome Simon werkt aan den overkant bij zijn vader; zij slachten, net als oome Herman, nuchteren kalveren voor Engeland, en wel een koetje en een schaapje voor den huisverkoop er tusschen door.
Daar is tante Martha, in de huiskamer: in een kinderstoel zit het kleine jongetje, en lacht naar hem.
„Dag Eli! kom je es kijken of we nog leven?”
„H’m —ja tante Martha, ik was in de buurt.”
„O, was je in de buurt. Zeker voor zaken.”
„Hu ja.”
Het kind haalt hem aan en hij komt bij het jongetje, dat hem toelacht en hem in het gezicht aait.
„Hij is mesjogge op je, Eli. Je moet maar es een dag met hem komen spelen. Doe je ’t? O, je hebt vacantie!” en zachter, onder het vouwen van schoon waschgoed:
„Ik zal es kijken of ik nog een stukje koek voor je heb.”
283