heeft hij het ook kunnen laten gebeuren, dat zij, terzij van zijn spel met een paar jongens hier voor de deur, opeens na een lach-fluistering tusschen haar en de andere meisjes, langs hem heen rende en hem een zoen op zijn wang plakte ? Hij voelde de onderscheiding door haar en de andere meisjes, want zij is zeker wel dertien jaar; maar hij veegde toch met zijn mouw zijn wang af, en werd rood van schaamte en zweeg, verontwaardigd om de brutaliteit waarmee zij de onreinheid van haar lijf en van haar mond over hem heen gooide, en met dien beleedi-genden natten kus wilde vastleggen. Hoeslingerdezij,toch ook nog verlegen, hard weg: „Och, die gekke meid,” zeggen de speelmakkers bevreemd.
Hij drentelt verder: een oud vrouwtje met een boerenkapje en zilveren oor-ijzers in een smal laag deurtje. Buiten haar raam een draagrekje met appel-roodc fuchsia’s bezet: de kleur treft hem altijd: het aparte, eigene levende rood, en daarachter de geraniums, die alle voor hem stinken, want thuis zet men er om het jaar een neer in een pot: hij blijft voor het raam staan, onverzorgd en met hoopen sigaren-asch over het zand getipt, tot het in de buurt van de bloem ondraaglijk van benauwenden stank is geworden.
Achter het vrouwtje, duister, de kamer; geheimzinnige wereld van onkenbare meubelen en bijna schokkend-vreemde kruisbeelden en Christus-schilderijtjes.
Ha, daar ruikt hij, achter in het straatje, vlak bij het Kerkplein, tegenover de water-en-vuurwinkel, de koffiebranderij. Ha, ze zijn bezig, denkt hij met een zucht van behagen: Piet is aan het branden.
De groote boersche Piet, in zijn blauwen kiel, met een lap scheevc pet op zijn roodwangigen kop, is de knecht van den mooien glanzenden kruidenierswinkel in de straat langs de zijne; hij staat in het pakhuis dat naar dit straatje is doorgebouwd, de koffie te branden. Eli heeft de bezigheid al een paar jaar geleden ontdekt; en vaak blijft hij voor het open pakhuis staan, kijken en ruiken. De bedrijvigheid heeft de intimiteit van het kleinburgerlijke; boven een vuur hangt, in een paar schragen, een groote lange ijzeren bus; zij wordt met een draaibaar handvat
272