Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



worden er pesterig van, en daar moet hij voor bloeden, dat voelt hij met verzet, met bitterheid, maar tot verweer onmachtig. Van het zwemmen kan hij zich alleen maar met een glimlach herinneren het oogenblik dat zij zich allen ontklceden en dan in hun zwembroekjes komen staan. Waar altoos vijandschap dreigt, moet hij wel waakzaam zijn op elke verteedering; en dus onderkent hij dadelijk het zachtheidje bij hen van hun laatste stukje verlegenheid om hun arme naaktheid; het is als een erkenning van hun uiterste broosheid, en een gevoel van mogelijkheid, vrees en eerbied jegens den dood. Die gedachten, als bewegingen in de diepte van zijn ervaren, heeft hij, onverwoord, als hij bij de jongens, in de draaglijke stovende ochtendwarmte of in de middaghitte die een koking lijkt, aan den groenigen bekroosden plas staat, en zij dat korte oogenblik in de ontkleeding, stuk voor stuk op hun beurt, volkomen zwijgen. Maar niet alleen is hij voor het water bang geworden door vader’s woorden, die zei dat hij het zwemmen verbood omdat hij het zoo gevaarlijk vond. „Als je het eenmaal kent,” zei vader, „dan juistement, dan is het gevaar niet meer te overzien! Er verdrinken er meer doordat ze de gaiwe (trots) hebben dat ze alles met dat water kunnen doen, dan dat er zich mee redden. Een mensch is geen visch! Een mensch hoeft niet in het water te leven! Visch daar heb ik niks op tegen: er is geen dokter of hij zegt, dat het best puik voedsel is.” Dat niet alleen heeft hem zoo bang gemaakt, dat hij nauwelijks een enkelen keer met de jongens mee ging baden. Maar nu moest hij het juist treffen dat hij een keer thuiskomt, en de boodschap niet kan verzwijgen, zoo verslagen is hij met de anderen teruggekomen: een jongen, een van hun, waar hij mee naar buiten loopt, verdronken! In een diepere, stroomende vaart, in het midden, terwijl zij aan den kant zijn blijven rondstoeien. „Verrek!” roept er eentje. „Kijk die is — wie is dat!... Hé! Héé!” Zij kijken allen, stil: het is ofdejongen trekt, tegen-trekt, vermoeid worstelt, en omrolt. „Hij zinkt!” schreeuwen zij angstig, en de met ontsteltenis betrokken koppen naar elkaar, radeloos. Weer kijken, weer stilte: de jongen zakt, in een overgegeven wegzinken; nog een schijn van

270

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.