Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



En hij is tegelijkertijd zielsgelukkig ontroerd omdat zij hem gestuurd heeft. Hij ziet haar niet meer wezenlijk; zij is nauwelijks een vrouw meer; in een heiligen-glans, door zijn tranen heen, ziet hij de verrukkelijke redster, om zijn heil bezorgd.

„Je wordt bedankt, Jole, het is mooi van je,” zegt Jankef. „Moet men dan mekaar niet helpen?” zegt hij, „als Bal Jisróëls (hij zegt het verkeerd) onder mekaar? —- Nou gegroet hoor, doet hem maar niks, want hij heeft zich flink gedragen.”

Zij roepen allen „gefeliciteerd,” als Jole gaat.

„Wat moest je daar dan doen?” vraagt moeder.

„Ha!” roept Hartog, „hij wou natuurlijk de kalle van Jole zien!”

„Gek kind,” zegt Lea.

Hij houdt zijn gezicht in zijn handen verborgen. Diepe schaamte doet hem gloeien. Dan maakt hij zich los, en schiet naar boven. Voor hij de kamer uit is, ziet Jankef hem nog snel aan.

„Nou, wat sjadt dat dan?” zegt hij, met die lichte bevreemding en eerbied die Eli in hem kent.

Hartog grijnst, en deunt een liedje.

En Eli zoekt met zijn verhit gezicht den zolder. Al had men hem halfdood geslagen, hij zou het niet gezegd hebben. En Jole brengt het uit!

Jole en zijn Kalle dansen voor zijn oogen, levensgroot, op en neer. Jole tot een gevoel van smaad. Zijn bruid, tot een verrukking, achter een ruit van tranen.

239

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.