Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



„K’s pak ’m,” hitst dc jongen, en plotseling neemt hij een besluit: hij laat het touw los, terwijl Eli, alsof zijn dood wordt voorbereid, waswit, bedenkt dat wegloopen hier niet baten zal, en terwijl hij de witte scherpe, spitse Kees op zich ziet toespringen, sleurt hij zijn sportriem van zijn broek en zwaait daarmee rond.

„Ik sla ’m dood, hoor!” roept hij in zijn vreeselijken angst.

„Dat moet je durven,” zegt dc jongen. „Pak ’m, Kees, pak ’m!” en op dat hoogtepunt van mishandeling, nu hij ziet hoe de jongen het recht neemt hem te doen bijten en hem met zijn trappen bedreigt als hij zich weert, komen tranen en wanhoop bij Eli, die hem heel het doel van zijn uitloop, tot het laatste toe doen vergeten.

„Ik sla hoor! Vuile rotboer! Ik sla ’m dood, ik sla ’m in z’n oogen hoor! je vuile rothond! Ga je weg! Ga je weg!” krijt hij. Het beest wordt valsch, en grimt tusschen lippen en tanden tegen den zwaaienden sportriem. Eli weet nu niets meer buiten dit gevaar. Zijn pet ligt ergens in de straat; hij springt, zich saampersend, gillend voort, machteloos met zijn sportriempje slingerend dat den hond niet raakt; dat het beest nog even van zijn lijf houdt, maar het steeds valscher en verwoeder, met trillend oogen-wit als van een waanzinnig mensch, tegen hem opjaagt. En de jongen beleeft een feest van leedvermaak aan hem: hij juicht schreeuwend om Eli’s dwaas gevonden angst, sprongen en gebaren, tot eindelijk per ongeluk, want hij vreest het zelf, Eli den hond raakt met den haak van zijn*sportriem, en het dier’even jankend op zij springt.

Eli schrikt, en de jongen, als werd hij nu tot het uiterste onrechtvaardig getergd, valt op Eli aan.

„Vuile jood, je blijven van het arme beest of! hier!” roept hij. Een hevige’ trap met zijn klomp gooit Eli languit op de keien.

Hij is blind van verdriet om zooveel onrecht, en van angst; want nu hitst de knaap opnieuw het beest op, dat grommend en blaffend om hem heen springt. Eli durft niet opstaan; gelukkig nadert het dier slechts tot zijn bijeengetrokken lichaam; iets van vrees weerhoudt het,

237

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.