Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



rijnig.” En hij heeft nog juist maar tijd om met duimen wijsvinger te wijzen: „Zoo klein zal je worden,” enmetzijn handen over de tafel het dwerg-monster van zijn vloek-gestalte te laten loopen; want het kan nu, als anders, niet nóg eens een half uur duren; Jankef blikt nu, zonder boosheid, alleen vol van den eigen wil om te beginnen, over de tafel: hij schept daarmee de zuivere suggestie, zonder opzet of geweld: zij is meestal onweerstaanbaar. Hij heeft de wijnflesch ontkurkt, en, den kring rond, de glazen gevuld; dat van Hanna en van Eli tot de helft. Het zwijgen blijft. En nu staat hij op, Jankef, zijn glas in de hand. En meteen staan zij allen. Het trillen in Eli’s achterhoofd en in zijn nek is overweldigend. Achter zijn voorhoofd woelt het; bijna breken de tranen uit. Zij staan rondom, en Vader gaat Kiddoesj maken. Het is, na de inwijding in de Sjoel voor de gemeente, de inwijding van den Seider-avond, de inwijding van het groote feest in huis. Niet luid, maar vriendelijk-ernstig, en zonder eenigerleivalschen tooizethij in: „Boroegato adounoj...” (Geloofd zijt Gij, Eeuwige onze God). De anderen roepen: „Boroeg hoe oe-woroeg sjemou!” (Geloofd zij Hij, en geloofd zij Zijn naam).

Hij kan haast niet, Eli.

„Koning der wereld.

Die de vrucht van den w ij n s t o k heeft geschapen.”

Het glas in de hand, door allen bewonderd, door Eli aangebeden, gaat Jankef voort, met een lichten deun. Hij heeft een warme spreek-stem, een slechte ongeoefende zing-stem. Toch zingt hij: „Geloofd zijt Gij, Eeuwige onze God, Koning des heelals. Die ons hebt uitverkoren boven alle volkeren...” (O god, dat is zoo, want wie staat er vanavond zooals zij hier staan? Ónmogelijk. Het kan niet heerlijker). „Die ons boven elke taalsprekende natie verheven hebt, en ons geheiligd hebt met Uw geboden. En gij gaaft ons, Eeuwige onze God, gezette tijden tot vreugde; feesten en Hoogtijdagen tot verlustiging...”

Ja, als hij hier aan toe is gekomen, dan slaat Eli een heete zilveren draad van verrukking van zijn keel naar binnen in zijn hoofd. Hij kent dat woord: „Lesósoun”. Het is een heerlijk woord; het beteekent de losgelaten vreugde;

222

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.