,,Geloofd zij de Eeuwige die lofwaardig is, immer en eeuwig!”
Nu is het begonnen. Heel de dienst staat in de melodie van den Paaschavond; want anders dan de Vrijdagavond heeft de Hoogtij zijn eigen melodie. Wanneer de gemeente het eerste deel van het eerste avondgebed gezegd heeft, herhaalt Oom Louis zingend, met hctzelfde karak-ter van de recitatief-muzick, het Oema-awier jou-oum, oe-oe-my-wie lo-oj-loh... dat Eli zoo treft om de verbeel-ding van den avond. ,,En Hij doet den dag voorbijgaan, en Hij brengt den avond; en hij maakt scheiding tus-schcn dag en avond; Eeuwige der Heirscharen is Zijn naam. God die leeft, en altoos bestaande is, Hij zal immer en altoos over ons regeeren.” Dit moment, nu Eli nog niet den dienst volledig kent, houdt hij in het oog. Want dit, en ook het oogenblik waar anders steeds de lof-zang eindigt, teekent weer het uitzonderlijke feest. Waar het eindigcn zal, daalt, voor het slot, de stem van den
210