Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



wit, van hoog weg, precies uit het midden, met die kolossale lange dunne koperen stang tot net boven het Al-memmor, boven de hoofden van meneer Meijer en van Oome Louis komt tippelen! Boem! met een sprong. Een dunne lange koperen stang, zzzt! als een straal koperig gouden water, en daar hangen ineens die geweldige zware goudkoperen ballen aan, het lijf van een groote zware kerel, of van een groot zw'aar wijf, en dit steekt opeens weer al die dunne gebogen kandelaars van zich af en omhoog; handen en voeten, uitgelaten van plezier. Er staan nu zachte vlammen op de lange witte porceleinen kaars-pijpen die ze dragen, en dat is samen een heele wereld van goudkoper en porcelein-wit, en vlamgeel; van hangen en bengelen en roerloos omhoogsteken van dans-armen en voeten, stil en toch blijvend bezig in al het andere van het geluk.

Vader kan zijn gedachten niet voor zich houden: hij trekt zijn oogen op als een stille wijzing en zijn mond samen als een tevreden verrassing, om Oome Louis die gaat „ooren”. Er is veel over Oome Louis gepraat thuis: dat hij zich „vergooit”, dat hij zoo drinkt en er heelemaal uitgegooid wordt als hij zoo voortgaat. Dat hij geen Sjammes meer zou blijven en geen sjouget, geen kosjere slachter. En dan nog wel die extra Kowct (eer) van Gazzen te mogen spelen nu, dat had Vader natuurlijk niet gedacht. Vader wijst naar boven; ja zoo zal het wezen; dat heeft tante Klaare, met alle mogclijke macht gedaan gekregen, omdat het anders voor iedereen zoo duidelijk zou zijn, dat hij er bijna uit ligt. „Jammer en meer als jammer,” zegt vader thuis, „een ongeluk, datje zóó voor je oogen ziet gebeuren en dat je niet tegen kunt gaan. Zoo knap ben je niet. Een buitengewone beste jonge. Waarachtig zoo vindt je der nog niet zoo héél erg veel? Moet je je niet verbeelden? Ja, maar hij geeft je zijn allerlaatste cent óók! En als je het dan nog mocht noodig hebben, dan trekt-ie zijn jas, en ook zijn hemd voor je uit! Hij doet het, zoowaar als ik leef!”

„Maar het is mis met ’m,” zei vader, „het is mis en het blijft mis ook. Geen redden an. M’n zuster Klaare, het is compleet of ze d’r alles op zet om zich noukem (wrekend)

208

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.