Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



zélf koe en mest en grimmigheid, zélf vreemd aan allen geest, aan leven, liefde en verlangen; een geest zoo beangst, dat hij gereed is zichzelven heel en al te verloochenen.

Hij had genoeg naar de gesprekken tusschen de boeren en de zijnen geluisterd, om de vragen en opmerkingen die nu en dan van de tafelhorde komen, met een of ander flink stopwoord tevreden te stellen, en in zijn angst zorgt hij ervoor dat het in elk geval goed over de hcerd galmt, en dan vooral stevig onverschillig klinkt. Daar men hem voor fijn en geleerd houdt, krijgt hij niet alleen gruwelijke mededeclingen van ongelukken, miskramen bij mensch en veestapel en ook sensationeele feiten van koop en verkoop te hooren, maar moet hij ook kortweg de lastigste vragen van familie- of kerkelijkc geschillen en van binnenlandsche en internationale economische en strategische politiek in de gauwigheid tot heldere oplossing brengen en het vermoedelijke verloop daarvan kenbaar maken. Hij laat den vrager alles zeggen, en zijn onnoozel inzicht uitspreken; daarna herhaalt hij dat met een sluw oplegseltje van overtuigingshartstocht, of spreekt met klem het tegenovergestelde uit; het is altijd goed, en hij beantwoordt volkomen aan de enorme verwachtingen waarmee men met hem begonnen is. Maar hij is toch erg blij, als althans de maaltijd van gort met paardeboonen is afgeloopen, en vierentwintig kousevoeten weer hun mestklompen gaan zoeken, na een vriendelijk-cerbiedi-gen groet aan dat helsche geleerde joodje, dat hen dan allen in een klank van diepste gemoedelijkheid bij de namen teruggroet. Hij heeft dan nog een klein uurtje te zitten of rond te loopen, tot het paard in den karnmolen op de „deel” zijn vijftigduizend rondgangen heeft gemaakt, en goddank de bereiding van de lekker-schui-mende boter begint.

Tegen het eind van de ellende komt zijn vader of een van de broers als aangebeden verschijning in de open deur staan: „Ben je klaar?” Dat wil zeggen, zij doen het werk van de afstempeling en sluiting; hij heeft alleen den dienst van de bewaking voor hen waargenomen, al is ook dat ongeoorloofd, want hij mag niets van dit werk waar-

192

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.