boole, dat was de laatste keer.” En hij lacht opeens har-telijk-ondeugend de heele rij langs. „Hij, hij zag me precies naar buiten komen; het kon niet mooier. Ja. Daar had-ie me net precies op heeterdaad, man. Ja, het was nog een goeie dag voor zoo eentje, wat meen je? Je moet het maar treffen (hij lacht nu lekker) dat je der zoo eentje met booles vangt... héhéhé...”
„Bóli!” braakt een van de jonge neven, „je moet hem bij mij sturen — de eerste de beste keer datje ’nem tegenkomt, Jochem, moetje em bij mij sturen... ik zal cm een reuzevangst laten doen, daar zal-ie zijn darmen van uitkotsen van plezier... een merakelsche boolesvangst zal ik hem trakteeren.”
Dit initiatief krijgt zooveel sympathie bij deze stille rechtbank van den ongeorganiseerden bond der blijmoedige armen, dat, als losgewroete keien uit een straat, de ver-wenschingen naar den ongelukkigen liefdadighcidsspe-cialist door de lucht spatten van allen kant; nadat hem allerlei ondergeschikte huiselijke bezigheden zijn opgelegd, die zijn maatschappelijken trots wel zoo ongeveer hebben opgeheven, en die vooral zijn reuk-, gezicht- en gevocls-organen deerlijk hebben aangetast, blijft er al spoedig binnen noch buiten zijn huid iets aan hem gaaf, en het ergste is, dat hij eindelijk met de doodclijke ontzenuwing van hun haat wordt neergehoond, tot een voor eeuwig waardeloos vod verklaard, en met uitgedoofde oogen levend neerzinkt, begraven onder hun drek.
Zoo, plotseling, tusschen de schamelheid der oogenblik-ken van vreugdig-kinderlijk verlangen, breekt soms het bloed los van den haat en de spijt der onbevredigdheid. En wordt bitter en met kreunende pijn uitgespogen tegen die nimmer geheel begrepen omsingeling door de veelsoortige monsters van het gebrek.
„En toch is het kinderachtige onzin,” haalt Jankef de rede weer op, „want weetje wat het je geeft? net precies op de kop af niks niemendal, daar, daar heb je het. Als je die écne nou heelemaal goed en wel onder je tinnef hebt gestopt (hier lachen zij opnieuw om het aanlokkelijke beeld) dan verbeeld je je zeker dat er een uur later niet net precies weer zoo eentje klaar staat, om zijn plaats