Niets van dien lust, niets van dat vermogen krijgt ooit een kans: zij zijn geminacht en zij zijn uitgeschakeld; zij hebben niets te bieden dat waarde heeft: geen greintje massa-achting en geen onsje goudmodder.
In die durende opstopping van drift, zoekt bij allen een hittig spel met zusjes en nichtjes die dat, zelve wulpsch, in een bedeesd gevoel van verecring ondergaan, en vooral ook de uitbraking van de fantasie in eindeloos herhaalde vuilbekkerij op den slaapzolder, een nuttelooze ontlading. Dien avond boven, wordt Eli het slachtoffer van dien opgedreven, uitwegloozen lust.
Hartog ziet het kind ontkleed, verliest er alle laatste be-heersching door tegenover die gelijkenis aan het vrouwelijke, en misbruikt hem, eerst valsch schertsend en eindelijk openlijk schreeuwend, alsof hij een meisje was. De anderen roepen protesten, maar staan verbijsterd van die tot misdaad verkeerde kracht. Eli voelt zich als door een vijandigen greep overmeesterd; zijn laatste verzet duikt terug voor den afschuwelijken lust die boven zijn beangst gezicht, eerst nog aarzelend verlegen, dan langzaam driester en eindelijk onbeheerscht, zich uitviert.
De groote jongen eindigt met een rauwe grap, in laat gekomen spijt uit zijn schaamte gesmeten, en Eli ligt vernederd en doorsneden van angst, voor het mysterie dat hem nu veranderen zal. Want de jongens, omgeslagen in schikking, roepen blindbelust op de sensatie van het sexueele wonder, dat hij nu een kind zal krijgen.
Een kind krijgen! Hij huilt alsof hij sterven moet. In het algemeene schuldgevoel bezweert ieder hem, het niet aan vader en moeder te vertellen. Hij heeft nog aan geen vergelding gedacht; bedroefd en rillend, verlaten en verraden, ligt hij roerloos omdat hij niet bewegen durft, tot dat, in de verkilling, hij zich voorzichtig verschuivend verbergt in een hoekje van het bed. En hij blijft daar wakker liggen onder de zwaarte van die ontstellende vijandigheid: voor zooveel bevuiling lijkt de slaap te rein.
Diep onder zijn verdriet en zijn afschuw, is een gevoel zoo duidelijk als ware het een smaak in zijn mond, dat hem zegt dat dit alles zoo zijn moet. Het verbindt hem
1B0