Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



overgave van de meisjes tegen zijn eigen getroffenheid te weer gewekt. Hij spreekt, als Hartog, in de getrouwe nabootsing der ongevoelige schijnbeschaving van den standwerker, maar sneller, door den neus: „Eén druk op de knop moneer,” roept hij, „en kijkt U eens aan, daar schiet een heele straat vol politie-agenten te voorschijn; twaalf koperen bochels en drie dozijn blikken reeten en zeven schuinsmarcheerders uit de gedroogde slok daarbij, gewapend met slappe pannekoekcn uit de kieperton, en daar slaan ze mee om je kop en tegen je beenen omdat de diamanten er niet meer zijn, want zij zijn opgevreten en uitgekotst en driemaal ingeslikt en weer uitge...m, (hij schiet van Moeder weg, bang voor een tik, en de anderen geven een vriendelijken lach-schok), en ze pissen tegen de ramen en het wordt dag, (hij heeft Eli stoeiend beetgepakt, diens hoofd tusschen de handen genomen en nu drukt hij hem, zijn wangen wrijvend, tegen zich aan tot de jongen grinnikt van pleizier) en het wordt allemaal een boeiend drama in zeventig hoofdstukken en achtendertig bedrijven met een zingende hadole kerz voorop en een doodgeslagen matzeklijs na, zussie pies niet in je rokken want de blceke sjottere (agent) met de etterende pommadekop en de taai-taai-sabel staat pal achterover te zwemmen voor de deur.”

Hij wordt royaal beloond met een van beeld tot beeld opnieuw inzettend gegrinnik, en de zachte oprechte lach-schudding, dankbaar, als hij achter adem stopt.

Maar Hartog behoeft strenger verzet. Hij gaat achter Lea staan, en van een verhaal uit de gebonden jaargang van een geïllustreerd weekblad dat jaren lang steeds weer opnieuw wordt opgesmuld en dat voor het meisje open op tafel ligt, draagt hij zijn lezing voor; door de kleine omzetting van een klinker in een woord dat hem prikkelt doordat het er behaagzick-vaak in voorkomt, brengt hij allen hartelijk aan het lachen als in een wraak op het ondergane bedrog:

„Ha!” zegt hij, „dat is mooi, hier: Strond-Idielle.” „Wat?” lacht Ezra zenuwachtig.

„Strond-Idielle,” leest hij, „Adeele zat in haar bekoorlijke strondtooiletje” (godver... staat er dat?) „jazeker!”

178

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.