schermer; het juicht door zijn tranen heen bij elke flauw lichtende hoop; het lacht boven zijn wonden uit bij de kans op vergelding; zucht weg in ver-ootmoedigd zelfonderzoek waar het in zijn bloed ligt neergestoken; verheft zich bezinnend in de kennis van zijn waarde, onder de overwinning die het op den rand der vernietiging werpt voor altoos. Maar of het lied van overwinning zingt of van nederlaag, overal is het doorschreid van den bevenden ondertoon van klacht; de blijvende bevinding is smart, verscheurdheid en heimwee naar volheid, rust en liefde, die van ’s vijands verslagenheid noch van eigen ondergang de winst kunnen worden.
En dat mengsel van getuigenissen tot recht op leven en gelukkigheid: het schreien om de slagen van moord en vernietiging; de dankbaarheid voor de weinigen die nog resten en bereid staan; het trotschc verzet van het stoffe-lijk-onaanzienlijkc tegen de geweld-blindheid van den verwarden overmachtige; dat alles, direct van innigheid, in het lied dat zij daar nu in het verworpen huis, bij het kaarslicht op den schoorsteenmantel, zingen, doet Eli volloopen met blij-verborgen bewogenheid.
Het grijpt de sneeuw buiten aan en smijt er zachte glansen over; het mengt het grijze kier-licht tot de bijna oolijke lieflijkheid van een belofte die binncnlonkt; het toovert in een snellen slag den vroegen lampenschijn tot een zwaren stand van feestbezit; het kust den vader, de moeder, de broers en de drie zingende zusjes tot vaste fiere krachten van gevechtstrouw, in het leven dat zich voor hem ontvouwen gaat, vanuit deze kleine kern van menschclijk verlangen en eischen, over de wereld die niet alles zal kunnen terugwerpen.
Wat hinderen hem nog de enkele woorden tot de anderen uitgewisseld over het feest? Stil houdt hij het lichten bij zich, van het beeld dat, bij stukjes lessen, gebed en verhaal, zich in hem tot een kleurig veld van voorstellingen aaneen-gevoegd heeft: zijn gedachten- en zijn droombasis; het wordt door zijn spiegelbeeld rondom, het gevecht met kleinen en grooten in de wereld daarbuiten, in trillend leven gehouden. Onder het spelen ’s avonds, heel de Channcke-week, vol scherts, twist en
167