Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



groote jongens evenals Jankef en ook Eli, hun hoofden gedekt, met hun petten of soms met een Sabbath-hoed die voor de hand ligt, blijven zichtbaar gedwongen zitten, al verzuimen zij geen enkele gelegenheid tot meezingen of tot een grapje. Er komen nog veel liedjes, korte deuntjes, muzikale loopjes die maar onderstrepingen van den zin der tevredenheden, verblijdenissen ofsmeekingen zijn, schertsende beklemtoningen waarbij Jankef zijn levend mengsel van restende oud-Rabbinische puntigheid en van armoede’s heldere werkelijkheids-lust tot smakelijkheden voor hun aandacht legt, en die de moeheid van de stemming nog een oogenblik kracht geven. De tekst van de lezing, zij het achter een onverscheurbaar waas van taalvrecmdheid, oudvormige herhaling en overdrij-vings-onwezenlijkheid aan godsverheerlijking, leeft dan ook nog een groot deel voor hen; het spreekt van nooden die zij kennen, het noemt gevechtsstukkcn die werkelijkheden voor hen zijn; het roept verlangens uit die in hun basis ook die van het huis zijn:

„Hij die barmhartig is! Hij verbreke het juk van onzen hals, en doe ons opgericht gaan naar ons land. Hij die barmhartig is! Hij zende ons vollen zegen in dit huis, en aan deze tafel waaraan wij gegeten hebben!”

Dat is vol leven voor allen, en Eli denkt aan de materi-ecle redding, als bij den brief aan Rotschild. Na al wat hij op Jodenschool bij meneer Meyer geleerd heeft, bestaan het Heilige land, Palestina, als gezamenlijk bezit van de Joden, zoo lichtcnd-bcgeerlijk voor hem, dat hij alleen in de treurdagen van Ab, de herinnerings-dagen van de tempcl-verwoesting en ook op Groote Verzoendag, maar aan de ruïnes kan denken, en hij zich verbeeldt dat alleen de groote afstand en de wil van alle Joden hem van een bevredigend en vol-gclukkig leven gescheiden houdt. Het is niet duidelijk voor hem, dat Palestina, met zijn zon, zijn akkers, zijn liefelijkheid van kameraadschap, en zijn genoegzaamheid aan stoffelijk leven, onbereikbaar voor hen zijn. En hij liefkoost stil zijn tegenzin om opheldering te vragen, in een ongeweten mengsel van wantrouwen en van drang om het verlangen ongehinderd in aanwassenden bloei te laten. Geen keer

128

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.