Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



„Ja natuurlijk, wacht nou ’s even! Hé! Jongens! Willem! Dirk! Scheele! kom es hier! Nee, blijf jij nou ’s even staan; nou moe ’j niet wegloopen; nou ook hier blijven.”

Dat is vies, wat hij nou zegt. Maar je kunt niet meer wegkomen. Ze komen allemaal, en de vertrouwde zegt: „Hij wil een stad veroveren, in de oorlog, niet Jood? Een stad veroveren hè? En dan rijdt-ie op z’n paard, is ’t niet?” Ze lachen allemaal overmachtig-wijs maar kwaadaardig, precies als gemeene groote menschen, om hem heen; hij voelt het, hij is al weer in gevaar, het is of hij hen een ziekte getoond heeft, iets vuils, dat gestraft moet worden. Eerst wou hij het niet zeggen, maar nou heeft een van hen het er toch bij hem uitgekregen. Ze staan om hem heen, en wisselen blikken, en daar komt het al: een trap tegen zijn achterlijf, tegen zijn stuit. Au! dat doet gemeen zeer. Hij wordt wit en rood, en de anderen brullen er om, en moedigen elkaar met stiklachen aan. Hij wordt bang, en nog kan hij niet wegloopen, alsof hij nog wachten moet tot zij de vergissing gaan begrijpen. Rang! een harde klap om zijn kop, en nu, onder het wijken, stuit hij telkens opnieuw ergens op een klomp of een vuist, die slaat en trapt en bezeert; de kleeren begeven hem al, want men gaat hem, uitgelaten van pleizier, als in de zekerheid een goed werk te doen, nu al aangrijpen en heen en weer schudden en dan verder trappen en slaan, overal, in zijn zij, boven op zijn hoofd, en als hij schreeuwt, nog niet aan het huilen toe om zich flink te houden: „La me los godverdomme!” maar toch met pijn in de benauwde stem, dan schieten zij opnieuw tot elkaar in een lach, van verrukking, om de goeie treffers. Hij moet eindelijk vluchten, en dan laten zij hem loopen, maar zij blijven voldaan met elkaar staan gieren, terwijl hij gehavend aan kleeren en vleesch, verschrikt en vernederd zijn straat zoekt. Daar, voor het naar binnen gaan, waarmee hij liefst nog zoo lang mogelijk wacht, terwijl hij zijn kleeren weer opbindt en schikt en zich afveegt en wrijft, herinnert hij zich pas, dat de vertrouweling die om naderen uitleg vroeg, daar gemeen bij glimlachte. En hij moet verder oppassen met hen, want zij vertellen zijn gek doen niet alleen rond als zij eraan denken, maar in elk geval blijven zij

121

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.