zelf gevaarlijk, als zij bij elkaar zijn: eentje alleen met hem spreekt er nooit over. Alsof het vergeten moet zijn. Woensdagavond heeft zijn belofte in Donderdag. Want de Donderdag zelf mag in zijn ochtend en middag blauwzwart zijn, zonder andere herinnering aan het prettige van het leven dan dat vader wel eens visch koopt, want die wordt bij hen veel aan den afslag gebracht door de visschers zelf die hun schuitjes voor den wal brengen; de Donderdag mag een blauw-grijs plak leven zijn, bol en onwrikbaar in de weck vast, met zijn kop uit den Woensdagnacht, en zoo groot, zelf een soort van reuzen-bot, dat je er den heelen dag op rondloopt zonder iets anders te zien dan dien grauwen bollen bodem die geen enkel uitzicht geeft; toch heeft die monstervisch een staart ook, en die wijst met zijn dunne, fijnere uiteinde niet alleen door den Donderdag heen naar het plotseling wijd-opstijgende licht van den Vrijdag. Maar hij beweegt ook al even vriendelijk dien staart, in den Donderdagavond; daar klappert hij waarschuwend, aankondigend,opwekkend, waarachtig, die dunne smalle staart van dat monster! Want asjeblieft, op Donderdagavond is moeder immers al bezig voor den Vrijdagavond en de sjabbes! Ze zit maar liefst al groente schoon te maken, of aardappelen te schillen, en er wordt over gepraat wie er den volgenden ochtend naar den slager moet om vlcesch te halen: voor de soep, beentjes, en soms „kop en klok”, dat is kop en long en hartstuk, en een stukje voor uit de soep „om kort op te braden”. Daarmee is een sprong gedaan van de ontzettende week af, van dien laatstenmonsterdagaf, dzjoep! metéén midden in de diepe lichte ruimte van den Vrijdag, want er is letterlijk niets dat den Vrijdag kan bederven. Toe maar, laat er Dalles zijn; zoo beroerd loopt het niet, of als hij in de vroegte ’s ochtends met Hanna naar Katsefde Leeuw gaat, al is het met één kwartje, en zij nemen er meestal twee bij zich, en ook wel eens drie, en een heel enkelen keer een gulden, dan komen zij met vlcesch voor soep thuis, en dan is het sjabbes, want een beetje groente schuift moeder altijd voor een paar dubbeltjes in handen, en de rest! O, de rest, dat is de Vrijdag-avond zelf, dat maken zij zelf, dat is het vroege licht in huis ontsto-
122