Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



hoe de groote, terwijl hij opnieuw als jodenjongen in zijn weeksche kleeren uittartend opvalt, een van de paardjes beklimt, dat, zoo’n beetje op de maat van de orgelmuziek, wel vijfmaal het zandperkje met hem rondloopt. Eli zelf durft geen beest te beklimmen; hij staat angsten uit voor Mau, maar hij lacht weer kameraadschappelijk, als de reus terugkomt en hem met de rol van den volwassen toekijker vereert door hem te vertellen dat hij het beestje reusachtig in de hand had; dat de krengen je der wel ’s af willen gooien jong, maar dat het hem vast niet gebeurd was; hij had hem zijn bek stukgetrokken als-ie maar één verkeerde beweging had gemaakt! —Je moet mijn leeren met paarden omgaan! Der zijn brutale jongens onder de boerenknechten, maar dat wil ik je vertellen: der zijn er niet zoo merakels veel die het wagen wat ik doe. Je moet maar ’s bij de van Ittersens vragen in Lansdorp; daar kennen ze Mautje wel.” Hij draaft door, over hollende paarden die hij heeft opgevangen bij een van de boeren waar hij ’s morgens vroeg voor vader, in meneer Meijer’s dienst, de boter controleert. En van onwillige en gevaarlijke, waar hij het eerst mee weggereden is. ,,Ik zeg geef mij dat diertje maar is hier Bart, geef op maar.” — ,,An jou?” zegt-ie? — Ik zeg: ,,An mijn, ja. En man, en hij geeft me de teugels, en dat kreng dat had ook niks meer in te brengen, jong; ik ree net zoo netjes met ’m voort of-tie jaren voor de wagen had geloopen. Maar ze stonden me op te wachten bij het erf toen ik weerom kwam, maar geloof maar dat ze opkeken van Mautje hoor. Allemaal. Een schatrijke boer, jong. Der kwam ook wel een fijne flesch wijn op tafel, nou die kostte wel een paar rijksdaaldertjes.” Hij spreekt opgewonden, met een zwakken mond; bijna struikelt zijn rede over zijn lukraak opgesmeten verbeelding, zoo rauw-gulzig wil hij bij Eli de schade inhalen van zijn vernederingen hier op de kermis. Eli luistert lachend, maar met twijfel. Hij is er niet zeker van dat alles geen klinkklare bluf is; maar och, is het dan soms niet eens heerlijk, met een bluf-broer op de kermis te mogen zijn ? Hij luistert gewillig, al voelt hij een beetje dat hij eigenlijk de gever is. Voor de komedie-tent weet hij ook wel dat het flauw is, als de clown, met zijn hoogen

109

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.