hem beteekenen: meisjes. Hij weet nog niet hoeveel hij er mee bereiken zal, met die meisjes; want hij weet nog niet dat zijn eisch om alles, met zijn door ontbering opgedreven hartstocht gesteld, uit zijn mond en zijn oogen, hier als een dwaze vreemdheid ontvangen wordt. Hij wil nog niet eens weten hoe hij er uitziet: dat hij wel zijn handen en zijn gezicht thuis heeft afgewasschen, maar dat hij niet eens zijn beste pakje, door Marcus toen die naar Amsterdam ging, als Sabbathpakje afgelegd, heeft kunnen aantrekken omdat, al zou het hem zijn toegestaan, het toch te veel argwaan zou hebben gewekt. En dat hij, metzijn vuile en niet eens gave kleeren, en met zijn slappe ouwe stukje pet, in weerwil van zijn zeven guldens, de feest-opvatting van de meisjes hier bcleedigt, voor wie de kermis toch ook een gelegenheid tot vertoon van een minimum burgerlijken welstand en van de bereidheid tot sociale sla-ging beteekent. Hij ziet er genoeg hier, meisjes; kennissen en halve kennissen. Hij loert, en als zij het hoofd niet minachtend afwenden, loopen zij schaamteloos gierend verder. Hij meet ze met zijn al langzaam bewust wordende, vroegrijpe grove lust: wie begrijpt het? meiden, die anders naar hem lachen, zich graag in de armen laten knijpen en vaak doen alsof ze wel meer verwachten, zij kennen hem vanavond niet. Daar is Marietje van hun buurman, die wel eens een naaidag bij hen heeft; zij loopt alleen, en zijn hart bonst zoo bij de gedachte dat hij haar krijgen zal en op die volle, zinnelijke lippen in dat ronde bionde gezicht zijn kussen zal persen, en haar zachte woorden zal hooren dicht tegen haarvollejongelichaam aan — dat hij verbleekt als hij haar nadert. En haar zoo verwezen groet, dat hij voelt haar nog een keer te moeten laten voorbijgaan, en dan wacht tot zij in een men-schenklit bij een spulletent goed onvindbaar is geworden. Reuzefijne sjikse, denkt hij grofblufferig zijn grooteren broer Hartog en de neven na: goed stukkie werk om je hart aan op te halen.
Gcrritje Strikkcrs loopt al met Piet van de Nieuwsbode te zwieren; nou, dat wordt vanavond een goed Ingezonden Stuk. Zijn oogen flikkeren het verzekerde paar na. (Eigenlijk toch jammer, dat Ezra en Hartog er niet bij
105