TWEEJAGERS
Dat is even een ontmoeting, om op dat oogenblik, plotseling in het bekende gezicht van den grooten, zestienjarigen broer Mau te zien. Een flits van een tel weet hij niet, wie van de zijnen het is, zoo trekt hem de tegenstelling tot dit alles van hier: dat innig bekende, het eigene, het gezicht van huis, daar opeens vlak voor zijn eenzaam reizenden blik. Dit is niet langer de droom, de arbeid, de bemoeienis met de worsteling buiten het eigene; de droom springt w'eg; hier is de warme bestendiging van dat eigene dat hem tot zich neemt: het is het genot dat voedt. En hij ziet verheerlijkt op, glimlachend, hoewel nog pijnlijk en nog bedremmeld. De ,,groote” lacht vriendelijk neer, verlegen in zijn terugslag: elk in de vaart van zijn stuurloos jagende gedachten betrapt. Aan groetjes doen zij zoo niet tot elkaar; de vormen van den omgang zijn zonder tooi, verlegen, ingehouden; op andere dan bijzondere dagen staat de strijd om het leven te houden hen niet méér toe. En de grootc zegt dadelijk blufferig tot het kind: ,,Heb je al een oliebol gehad? — Kom maar ’s mee, zal ik jou ’s oliebollen laten proeven. Zooals jij ze nog niet geproefd hebt, zie je? Nog nooit, jongetje, je levensdagen nog niet.”
,,Met jou mee? De kermis over?”
,,Ga jij maar ’s een beetje met mij mee. Met Mau, begrijp je. Zal Mautje jou ’s kermis laten zien. De echte kermis, begrijp je? Dan zallcn we nog eris eventjes effen-tjes profiteeren van de gelegenheid, meneertje.”
Hij snoeft blij door, terwijl Eli grinnikend naar hem opziet. De ontmoeting van het kind dat gelukkig is met zijn macht daar te vinden, is een uitkomst voor Mau. Eindelijk heeft de avond een doel voor hem. De avond. En zijn zak vol geld. Het is een doel, dat hij noodgedwongen kiest, maar waarin hij zich nu maar gooit, na ettelijke uren innerlijk verscheurd te hebben rondgcloopen, vol diepe rauwe hunkering naar den tuimel van dit schccve volksgenot, toch te vreemd aan den geest die het schiep, om zich erin te kunnen zetten. De grootc zestienjarige Mau heeft vanmiddag oud ijzer en vodden voor Vader
103