Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



lijk-onnoozelcn glimlach, een hond; belangstelling voor beesten maakt je altijd aan hen gelijk, en dadelijk kijken zij er ook naar: je kunt doorloopen, je bent gered. Maar de angst blijft toch, want er zijn oogenblikken dat niets schijnt te kunnen helpen tegen hun lust om je uit al wat voorbijgaat te pikken en al hun pesterigheid op je te gooien. Liep hij laatst niet kalm door de Walstraat langs de fabriek, toen op de stoep dat stel groote jongens stond in hun schafttijd? Maar het was Sabbath en hij had zijn goeie pakje natuurlijk aan, en een schoonen boord. Hij is ze al voorbij, de jongens van wel achttien of twintig jaar; hij heeft ze wel zien kijken en lachen, zoo hoofdschuddend, alsof hij nu het allerbelachelijkste is dat zij in de wereld ooit hebben gezien, ja, om bijna meelij mee te hebben. Hij is al bang voor iets dat nog komen moet als hij al wel drie huizen verder loopt, en daar, pats! Slaat iets in zijn nek, iets vuils. Griezelend grijpt hij, en moet een groote klit natte uitgekauwde tabakspruim van zijn hals en bevuilden boord reinigen; hij rilt ervan en voelt zich gloeien; een bittere woede brandt in zijn keel, en er is verdrietigheid omdat je voor hun er heelemaal niet mag zijn. Omkijken: groote jongens, zij brullen van plezier; en hij kan het niet begrijpen, dat hij zoo doodelijk belec-digd mag worden en niemand, niemand van hun in de wereld die zorgt dat het niet gebeurt of eraan denkt hen te straffen. Zij zijn er zeker van dat liet mag; en als hun broertje den volgenden dag zijn schoone boordje heeft, blijft iedereen er af, of zij gaan erom vechten.

Daarom blijft hij bang, omdat hij nooit meer weet hoe zij met hem zullen doen, en zoo loopt hij ook hier op de kermis rond. Er moet iets in hem zijn dat hem in gevaar brengt, want hij weet één ding heel goed: geen enkel ander Jodenkind heeft zooveel last. Nu en dan blikt hij ook hier in oogen van enkelen, bij wie hij een soort verstoring brengt, en hij ontwijkt snel.

Een halfdronken boer: wat voelt hij in hem? De boer ziet hem aan, en blijft kijken; terwijl Eli voelt dat die oogen iets in hem zoeken, en nog niet weet of er vriendelijkheid of woede uit zal voortkomen, draagt hij, met een moeilijke beweging, de werking van zijn blik van hem

99

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.