Jankef's jongste

Titel
Jankef's jongste

Jaar
1930

Pagina's
436



hangen, bij de afspraak hoort, en toch ellendig gevonden wordt, en toch weer als vreeselijkheid wordt opgenomen, die niet kan en mag uitblijven. Zoo ziet hij ze lallend en vloekend met dooie oogen staan, en tegen elkaar stoot-lachen alsof ze de pest in hebben, en opeens weer uitbrullen alsof ze woedend zijn en zullen gaan rond-moorden. En zoo ziet hij er, in de zingende rijen, bijna voor-over-vallen en kreunend blijven hangen aan de armen van de anderen, en toch nog voort blijven zeulen en weer opnieuw de kroegen ingaan of de poffertjestent, terwijl de oogen bij sommigen roodbeloopen zijn en de monden scheef en uitgehangen in hun bloedrooie koppen staan; of enkelen kijken bijna niet meer en zijn heelemaal doods-wit, allemaal van de jaajem-sooref. Dat is alles onbegrijpelijk en verschrikkelijk; het zal wel zoo moeten zijn, want het zijn toch groote menschen, maar hij is blij dat hij ze niet als vader en broers heeft; want zoo, als gezelschap in de wereld, vindt hij ze al erg genoeg. En die vrouwen en meisjes, die zich niet geneeren en voor wie de jongens en de mannen zich niet schamen. Dat is een beetje pijnlijk in zijn keel, dat maakt eigenlijk een beetje bedroefd, dat zien van die meisjes, zoo opgezet in haar gezichten en met die dikke oogleden van de borreltjes, en de wangen gloeierig, en dat hooge piepende dronken mee-loeien.

Sommigen zijn heelemaal verkreukt. Hilletje van Harm, waar hij wel met Vader of Hartog of Mau komt voor de boter, ging straks ook voorbij; „een knappe sjikse”, zegt Vader dan nog; „een aardige nette meid zonder een smetje”; maar wat vreesclijk was het om haar aan te zien, achterover tusschen andere meiden uit Lansdorp in; haar muts hing zoo smerig scheef van haar hoofd af, en ze liep met zoo’n dommen stommen halfkrankzinnigcn lach voor mirakel zachtjes mee te zingen, hóóg; en die halfgesloten dronken oogen te zien lodderen in dat bekende gezicht, daar kreeg hij een wee gevoel in zijn buik van. Op de gracht langs het plein staat hij bij de „Gezonde Apotheek” te loeren, en merkt dat zij daar vooral komen als zij bijna niet meer kunnen loopen en praten van de jenever. Daar ziet hij dat weer zoo duidelijk, dat het zuipen en dron-

96
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.