Maar zijn ervaringen stellen hem Rabbi Salomo tegenover: met weinig Christenen kan hij het feest van de eeuwige herleving vieren.
Ach, God, hoe onwetend is de mensch. Als hij sterven zou, zal hij al de zijnen terug vinden bij God? Waarom beeft dan het lichaam? Het lichaam beeft omdat hij Worms nadert, en over het Eeuwige Leven peinst hij omdat Worms zijn doo-den herbergt. Neen, hij zoekt den dood niet. En herbergt Worms zijn geliefde dooden? Hij weet nog niets. Daarom beeft het lichaam.
Maar de vroege dood zou nooit komen, als hij volledig verwacht werd. Bij de poort niets dat hem deed wijken of aarzelen. Malka brieschte en hinnikte: rook zij dan haar ouden stal? Er viel een fijne, zomersche regen, die uit stuifmeel van de velden en tuinen geuren smolt tot welriekende dampen. Hij reed er bijna blindelings door, als door lichte wolken van zuivere muziek, zijn jeugd ter eere en ter eere zijner trotsche beslissing dat hij, bij kleine zonden, goed geleefd had. In de eigen wereld reed hij, eenzelvig vervuld van het zijne, aangesloten op de dooden die hij ging ontmoeten, en weldra stond hij voor de woning. Hij verliet Malka en bond haar aan een stijl van de buitentrap, waarvan de treden die niet over den grond verspreid lagen, nog aan één kant bevestigd hingen. De heele woning evenals die van de Joden verderop, is niet meer dan een klein slagveld van afbraak; alle dingen liggen horizontaal, op een enkele tafelpoot na die klagelijk geschonden en van het zijne gescheiden, omhoogsteekt. Het is alweer of dit alles zoo goed is: God heeft dus hun huizen doen neerhalen en henzelf, in hun rust, hun liefde, en hun overdenkend leven doen grijpen en jammerlijk ombrengen. Wat men van het huisraad niet heeft willen nemen voor de bezegeling en belooning van het eigen gestreelde bestaan, ligt in scherven of ineengebeukt; een van moeders sierlijke keukenpannen, uit zijn hengsels gescheurd, een blaasbalg met hakken vertrapt, een paar lange houten pollepels, een eierkorfje en een houten vergietlepel gespleten en uiteengerukt, waren herkenbaar. De leeren bal waarmee hijzelf met Golda, Anselm, Eberlein en Menzei heeft
389