Simcha, de knaap uit Worms

Titel
Simcha, de knaap uit Worms

Jaar
1936

Overig
De knaap uit worms

Pagina's
395



Simcha kon door het in maanlicht heldere Kruis aan den wand den slaap niet vatten. Tusschen Christus, den Jood-schen Prediker binnen Israël dien hij zocht, en den God der Christenen wiens beeltenis hij overal ontmoette, kon hij geen enkel verband vinden. Hij kon de vreemdheid, de vijandigheid van dit teeken niet overwinnen, en niet zijn eigen afschuw daarvan als van de dreiging zelf tegen zijn jeugd. Zoo dan de Jodenslachters de Leer niet begrepen, waren de misverstanden toch wel heel groot, want met de uiteenzetting van een enkelen monnik was een Leer toch niet gekend. Toen de schrijfmonnik den anderen ochtend naar zijn welstand vroeg, waagde hij, naar het antwoord nieuwsgierig: „Uw Kruis heeft mij gehinderd.”

De gastheer glimlachte verheerlijkt.

„Als gij tot Christus zoudt komen, zou het u een diepen slaap schenken,” zei hij, „daarom verontrust het u nu.”

Simcha nam afscheid met warmen dank, maar hij dacht het brood en het bier dat hem weer gebracht was, na deze woorden te moeten uitbraken. Hij zat alweer te paard, toen hij in den moestuin van den kloosterhof Gottschalk bij den eersten aardbei-pluk gebukt zag. De scherpe ronde kop blikte naar den jongen ruiter op, en zag weer vóór zich. Simcha reed stapvoets op hem toe; vlakbij hem boog hij zich over Malka’s nek en beet vol bitterheid en stekende verachting naar de groot opgezette oogen van den boeteling:

„Nar! Nar!”

Toen had hij voor het eerst weer behoefte aan een daad; dit woord stilde maar half zijn brandende smachting naar een klein gebaar van vergelding.

„Kijk mij aan, hond, verrader!” riep hij Gottschalk toe die zijn hoofd, in verborgen onrust, alweer had afgewend. Snel sleurde Simcha zijn gordel vrij en over den nek van het paard heen sloeg hij met kracht een paar keer in dat gezicht van den monnik, dat roodgestriemd en bijna bloedend, opschokte van de pijn. Gottschalk sprong overeind en jammerde zijn verrastheid uit, de hand aan zijn wang. „Wat wilt ge van mij? Wat wilt ge van mij?” Het was bijna huilen. „Mijn moeder was een Jodin!” riep hij, in de meening dat Simcha

384

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.