Simcha, de knaap uit Worms

Titel
Simcha, de knaap uit Worms

Jaar
1936

Overig
De knaap uit worms

Pagina's
395



als een natuurlijk recht. Allen hebben zij, de welgestelde Joden zoowel als de machtige Christenen, in volheid en overdaad geleefd, terwijl zoovele duizenden door den dagelijk-schen honger nog maar in het leven hingen. Jonge mannen had hij op zijn weg gezien, bleek en trillend van gebrek; grijsaards die uit alle rust ontzet, in het kille nachtelijke gras hun slaapstee moesten maken. Deze hier kwamen op het goud af, en het goud was immers óók bij de Joden? En dan zag hij tegelijk dien anderen levensvorm van zijn dagen aan, die samendringing van alle wezenskracht op de Daad, welke het ook zij, tegenover den zijnen. Het „waarom haten zij ons?”, al werd het niet volledig beantwoord, kreeg een verklaring die aansloot op zijn herinnering aan die bedrijvigheid bij den Rijn, waar het schip voor den Kruistocht geladen werd. Stoutheid van het Gebaar, zielskracht van gebed gedreven in de Beweging, hadden hem daar ook geschokt en beangst. Wil in toppen van vingers, in teenen van voeten. Lang nadat de horde zijn boschje voorbijgetrokken was, naast Malka tusschen het zomersch geboomte, groef hij daarvoor, steeds dieper dalend in de nog duistere schatkamer van zijn verklarende vermogens, naar het geheim van een oplossing. Hij was van diegenen die het geheim liefhebben, maar des te verrukter wanneer het zich ontvouwen heeft, ook al moest hij bij veel verborgens dat zich stelde, zich overgeven aan den droom van de halve verklaardheid. Later, in de spanning van den avondschemer die zich eiken dag herhaalde, kwam de uitkomst hem kwellen doordat zij hem een draad voorhield die bij het grijpen week, terwijl zij hem geen vormen van begrenzende en onderscheidende woorden schonk. Hij had, in het zwakkere verlangen van het duistere uur naar vrede, in het bosch waar elke stap voor hem en Malka een schichtig oogenblik beteekende, een vaag denkbeeld van verzoening. Eenmaal, zoo deed het zich aan hem voor, zou de Jood tot den Christen zeggen: ,,Broeder, wordt gij niet slaaf van Oogenblik en Voorwerp?” En eenmaal zou de Christen antwoorden: „Broeder, vreest gij, in de duizelende diepte van mijmer om durende orde, niet gevaar voor uw evenwicht?” — Die uitwisseling raakte zijn tastende ver-

380

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.