Simcha, de knaap uit Worms

Titel
Simcha, de knaap uit Worms

Jaar
1936

Overig
De knaap uit worms

Pagina's
395



gende beenen die van alle kanten aan kwamen schuiven, en onder hun verpletterende voeten. In Bachrach, in Geldern, waren zoo wel enkele paren weer uit hun laatste veiligheid weggegrepen en als wegsnellende insecten verdelgd. Heel in Trier zat Esther dan, met de negentienjarige Abigail, Mar Salomo’s dochter, en Gentil, het meisje van vijftien van Bela, Rabbi Schönmann’s weduwe die in Ahrweiler in de schuur krankzinnig was geëindigd. Esther was schrander genoeg geweest om goud bij zich te nemen; zij hadden geen gebrek geleden dan aan een enkel oogenblik van le-venszekerheid. Toen zij die meenden te bezitten, een arme levenszekerheid boven de bloedige ruïne uit die haar wereld was geworden, kwam de ijzige stroom van beenen, met de vuisten en het geslepen staal tegen haar op. Een mager geluk, in die engte, van drie berooide meisjes, Esther in het midden, haar beide aanhankelijke bewonderaarsters tegen haar aan, eindigde in een vlucht, waarbij alle laatste gratie brak, door de modder mishandeld. Esther mank rennend, Abigail en Gentil naast haar, tot het einde toe trouw, in die vreemde vereering voor een zeldzaam karakter die alle nog aan geen man vergeven liefde van het jonge meisje opslurpt. Twee Keulsche knapen, Christenen, waren daar in Trier opgedoken bij hun omzwerving tusschen de bevriende Joden in, hardnekkig in hun besluit, tegen de misdaad van de benden en tegen de lauwheid van de burgers in, dat andere, dat levendige, dat verrijkende te blijven erkennen tot het hun onder de oogen wordt weggesleurd. In de gevoeligheid om dat neerslaande lot roert hen de jonge verliefdheid; eerst op twee meisjes die in Neuss gedood zijn, nu om deze; één vrijt om Esther, één om Abigail, vergeefs. Machtig is de verlokking voor haar, van den troost der erkenning in deze versmade wereld, en dat met de zoetheid van de liefde samen. Maar wat Esther doet, doet Abigail, en Esther, zij had haar liefde; zal zij ook sterven zonder kus, blijft haar geluk nog zoo schriel, zij kan, al was de knaap ook geen Christen, dat geluk met geen zweem van toenadering schennen. Als de Walbroeders naderen, verliezen zij de knapen; waar is het oogenblik in deze ramp dat men zelfs voor een kost

375

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.