zijn goede gezindheid jegens de handelsmiddelpunten zoo heftig verweten? Ja, zij wilden naar het Heilige Land, maar zag het er niet naar uit, dat dit doel steeds verder zou wijken, en dat het middel, die opeisching van goud bij de Joden, eindelijk het eenige doel zou blijven?
Bisschop Hermann moest in beweging komen, hij deed het kreunend van tegenzin in die taak, en met vrees naar alle kanten. Hij beraadde zich ernstig met de zijnen over de hachelijkheid van den toestand: Keulen opgepropt met uitdagende, plunderende Kruisvaarders; zelfs zijn eigen veiligheid was niet meer gaaf, want zat hij eigenlijk niet gevangen in zijn paleis, terwijl zijn stad bezet was? Enkele van zijn monniken en Bürmeisters wilden hem geruststellen met de verzekering dat toch de Keizer hem niet zou kunnen verwijten, geen machtig leger tot zijn beschikking te hebben tegen een zoo talrijk en onverwacht heir, en dat bovendien niet eens tegen Keulen gericht was, maar alleen tegen een deel van zijn inwoners, een vreemd en onbemind element van de bevolking. Bisschop Hermann was voorzichtig; hij wees dien zet, om de verantwoordelijkheid op de ongeloovigheid van de Joden te leggen, met angstige beslistheid af. Hij wist dat hij te laat was met zijn maatregelen, dat hij schuldig was tegenover den Rabbi, en dat hij, om zijn plaats bij den Keizer te redden, een duidelijke poging moest doen om den Joden veiligheid te bezorgen. Hij wierp in die vrees het denkbeeld op, de Joden buiten Keulen te laten trekken, en toen nam hij de tegemoetkoming in die gedachte aan van een monnik die ried, ze heimelijk over verschillende dorpen van zijn Diocees te verdeden, tot de Kruisvaarders zouden zijn afgetrokken.
En daar gingen ook de Joden van het veilige Keulen. Nu niet meer uit hun woningen, maar uit de benauwenis der huizen van de Christengastheeren weg. Verder. In de verstrooiing, in wijder en dieper benauwenis. Het had met geholpen dat zij met de Thora-rollen opnieuw uit de veiliger schuur te voorschijn te halen, de oogen hadden gesloten voor het Lot; Rabbi Peter’s heilig ingespannen arbeid van jaren lag nu eindelijk ergens op een mesthoop, waar een
340