Keulen niet nog eenmaal zooveel mogelijk leden van de Kehillo bijeen zouden willen zien, ja of neen. Wie durfde nog op zulke duidelijke woorden commentaar vragen? Men wist nu waar de Rabbi stond, en daarna.... hoe zouden zij zich moeten gedragen tegenover een Rabbi die zulk een buiteling zou hebben gemaakt?
Intusschen hadden de Parnassiem wel overeenkomsten met elkaar en met vele bevrienden van hun stand die ter zitting zouden komen, om de dwaze voorstellen van de onervaren en onverantwoordelijke stootbokken gemakkelijk te onderdrukken. Zoo zaten zij, een twintig man, Rabbi Gerschom in hun midden, zwijgend en nieuwsgierig, zooals men in Worms en in Mainz had gezeten en nog in vele Gemeenten zitten zou, tot het inzetten van al hun macht bereid, en toch bevreesd; zeker van de onvervangbaarheid van hun leiding en toch wankel in hun zelfvertrouwen; overtuigd van de natuurlijkheid van hun weg naar dit oogenblik toe, en toch schuldig. Rabbi Gerschom had meegedeeld wat bij den Bis-schop was voorgevallen: zij konden er geen reden in zien tot verzwakking van hun vertrouwen; pas wanneer Bisschop Hermann bescherming zou weigeren, zouden zij hun vergissing erkennen. Want Egebreth had immers ook de uit-noodiging van den Bisschop toen vermeld, om zijn tuin te komen bezichtigen. Terwijl Gerschom daarover een stillen blik van verstandhouding met Mar Isaac ben Eljakim had, wilde Rabbi Samuel ben Jechie-el die met den Bisschop als geneesheer verkeerde, en daarop ook zelfs Rabbi Schemar-jah, toch in die voorkomendheid de zekerheid van een bevriende houding zien. En voor de overigen liet zooveel vriendelijkheid geen enkelen twijfel, ja, zij verheugden zich op volledigen en af doenden steun. Den ouden man hadden degenen die dus in een goeden afloop bleven gelooven, te eeren en te gehoorzamen als uitersten vorm en diepsten pijler van hun gedachtengebied, maar zijn rekbaarheid mistrouwden zij nu en door zijn neiging van de laatste dagen jegens de opstandigen waren zij verontrust geraakt. Somber, dan verbaasd, en allengs geschrokken begonnen zij de menigte aan te zien die binnenkwam, eerst met twee- en
262