Simcha, de knaap uit Worms

Titel
Simcha, de knaap uit Worms

Jaar
1936

Overig
De knaap uit worms

Pagina's
395



lende walbroeders, hadden velen onderlinge slachting en zelfmoord gepleegd om hun laatste waardigheid aan zich te houden. Daar herinnerde Bisschop Ruthard zich dat hij, in een wonderlijken eerbied voor den aanzienlijke en ook nog uit vrees voor den Keizer, zestig van de rijkste of meest vooraanstaande Joden, hoewel hij hen hun schatten had afgenomen, een afzonderlijke schuilplaats had aangewezen in de kleedkamer van de kerk. Rabbi Kalonymos, de beroemde, was daarbij, dien hij persoonlijk zijn bescherming had toegezegd. In zijn verdeeldheid trachtte Ruthard zich een verdienste toe te rekenen met het beveiligen van die zestig levens; zoo het al nog tijd daarvoor was, hij kon zich niet zetten tot de standvastigheid die zijn weerzin tegen het volkomen ontwapende moest overwinnen. Steeds de aarzeling naar de Christendeugd, de mildheid, de barmhartigheid; steeds de terugkeerende wellust tegen het vreemde en weer-looze dat in zijn macht was, aan zijn genade hing, en dat hij nooit zou kunnen redden met genegenheid. Geen genegenheid, hoogstens eerbied, maar altoos wedijver, en altoos overmacht. Overmacht! Aan een draad hingen zij, de Joden, en hij hield dien draad; hij kon den draad af kappen, met een zweempje van een beweging van zijn heele Bisschoplijf, dat zoo groot was, waarachter de Kerk stond in Mainz, en de Kerken overal in Duitschland en in zooveel landen, en de groote in Rome, en in zooveel honderdduizenden Christenen een levend stuk van het hart. Hij kon dien draad af kappen, hij kon hem laten hangen, en de Joden lang laten bengelen aan zijn Genade. Dieper eenheid met de kruisvaarders en hun meesters zou hij hebben, bewondering van al die duizenden Christenen die om de Joden hier waren gekomen, wanneer hij: tik! het draadje wegkapte en de Joden met hun opgeblazen waardigheid, hun stille hoo vaar dij, tuimelden uit zijn genade in het bloed bij de andere twaalf en een half honderd. Waarom niet? Waarom moesten zij leven, nu de anderen toch waren omgekomen? Had hij dat gewild? Hij was bedrogen. Bedrogen hadden hem de Ridders, die zeiden, den Doop voor de Joden te willen, en wat kon hij daartegen? Dat hij de helft van het goud en de goederen nam? Nu, had

249

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.