geld naar de klanten smeten. Nu, sinds hij nieuw geld gekomen wist aan de overzij, en een nieuwe winkel vol vleesch zijn koopers, man na man, had weggehaald, was zijn moed ineengeploft: was, met het zekere hesef van zijn minderheid, zijn vechtlust verlamd, en werd hij het eindelijk moe. zonder cent op zak naar hoeren of markt te gaan om met enkel he-leedigingen naar huis te komen. Grietje had hem vaak bemoedigend toegesproken, en telkens weer had hij aangepakt, maar aan al wat verkocht werd, verloor hij. Toen was ook zij gaan zwijgen, sjofcler eten begonnen op te brengen, de Zaterdagen thuis gebleven en de kleeren gaan verpanden. De knapste meubelstukken, cadeautjes van de bruiloft, werden 's avonds laat het huis uitgedragen, hij zwijgen, onder mokken, zonder veel vertoon van verdriet. Langzaam begon hij anderen handel te zoeken, partijen vodden, beenderen, oude metalen, die hij dan "s avonds afleverde bij de Rosensteins. Toen-ie een poos tegen zijn zin, met hen gehandeld had. moest-ie ophouden met zich in prijs en gewicht brutaal te doen bestelen. Maar daar er geen andere afzetplaats was. moest-ie, om niet alle winst aan vervoerkosten naar buiten uit te geven, steeds opnieuw hij hen terecht of hij een van hun even hard stelende familieleden.
Elke dag werd stiller en hanger: de kamers leeger. de winkel kaler, spraken zij eindelijk als met zachter stemmen in het als door den nood belegerde en naakte huis; zij konden de kinderen niet dan met wrevel hooren schreeuwen. Jegens elkaar hieven zij rustig, zonder kijven of verwijt, ofschoon met minder woorden dan voorheen.
Loom. zat van 't kijken naar den levendigen overkant, slenterde hij naar binnen terug. Een gasvlindertje sidderde zijn armelijk-naakte tongetje boven de toonbank; het belichtte het onmachtig winkelduister. Voor één raam. hij de deur. weifelde met gebroken kousje, nog een lampje, half open. paarsig-blauw en met roodgele randjes onder het ballonnetje: het verlevendigde zwakjes de kleuren van vleeseh-restantjes en een halve krans vet. Het rechtsche raam was
195