Aron ben David uit Straszburg, om zijn verre verbindingen vermaard, had ettelijke tienduizenden Joden achter zich staan, en een handvol Duitse edelen en burgers over het hele Rijk verspreid, konden misschien standvastig blijven in het handhaven van het voordelig Jodenbedrijf. Maar de Eerste Rentmeester van Neder Beieren onder Hertogin Judith wist zich iets machtiger met te kunnen rekenen op millioenen Christenen. Wilhelm Pfalzer kende zijn volk: een krachtig, bloedrijk, gezond man, evenwichtig, gelijkmoedig, de som van de wil van tienduizenden die elke buitensporigheid van het hart verfoeien; een menselijke zuil van alledaagse menigte-gevoe-lens, zonder een verband met haar verborgen heimwee of met de nood-uitvallen van haar onvervuldheid. Zijn sterke heldere grijze lynx-ogen in de rozige kop zagen met aandacht rond; van zijn wereld wist hij veel. Hij kende het schrale en moeizame leven van de massa, die na jaren van slechte oogst, beklemd in de halvering van de geldswaarde, arm was aan goed en brood, en vermoeid van het pogen en hunkeren, tot alles bereid was om haar bitterheid te lozen en een greep te slaan naar voordeel dat voor haar open zou liggen. Vooral in de steden zwol het bevolkingsgetal van de havelozen; zij stroomden toe van het land, waar de uitplundering door de Heren nu haar toespitsing had gekregen in een gebrek zonder einde, dat hen de oogsten voor een derde van de waarde deed verkopen en dat moest monden in het radeloos slot van hun boerenbestaan. Die massale vlucht had de grondrenten omlaag gedreven en zo ook de Edelen geschaad; wie van hen geen zaken-inzicht bezat om zich bij de opkopende groepen aan te sluiten, verarmde ook en had met schampere verbittering de weelde aan te zien, die uit het Oosten aangebracht, de burchten van de gladden tot