De gouden kroon van Beieren

Titel
De gouden kroon van Beieren

Jaar
1952

Pagina's
304



hij moet liever om Straszburg heenreizen, als ge hem mocht ontmoeten.’

Zij haalt de schouders op. Eigenlijk is dat aandringen van hem toch maar meedoen. Het is alles onderstrepen wat zij allen kennen zonder een foutje. Het is onnozel, nee het bevalt haar niet. En een man als Fantin denkt er evenmin als enig Jood aan, zich door een Peter de weg te laten wijzen. Zij mogen dan te ver gaan in hun wantrouwen (‘omgekocht door de Italianen, afgelopen!’) het is toch ook niet te verwachten dat men iemand zijn belangen toevertrouwt, die half en dus in raadselen spreekt. En daar komt het dan, en de stem is de stem van Jacob:

‘Ik zou u graag in veiligheid brengen, Ricia.’

‘Hoe zoudt ge dat kunnen?’

‘Bij mijn moeder, voorlopig. . . ’

‘Uw moeder is een Christin?’

Als hij knikt, is alle vriendelijke geneigdheid, alle dankbaarheid, alle herinnering aan haar poging tot toenadering, in haar verkild. Zij schudt langzaam haar bijna Egyptische nonnenhoofd.

‘Dat kan niet. Ik moet rondzwerven tot deze woede tot rust is gekomen.’

‘Is dat een ingeving van God?:’

‘Hoe? daarover heb ik niet nagedacht. Ik wil bedekt leven tot uw wereld mij daartoe het recht weer zal laten.’

‘Gij zijt toch niet goddeloos?’

‘Spreek mij niet van God. Voor uw moeder ben ik goddeloos.’

‘Daaromtrent zou zij u misschien kunnen overtuigen. In mijn huis is men verzot op de Joodse geest.’

Nooit.’

Beiden hebben spijt dat het verschil van hun geboorten met hartstocht tot twist drijft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.