paar inwoners van Mainz die hadden kunnen ontkomen, waren maar weinigen in leven gebleven: een paar kinderen waren de ouders ontsleurd, en twee meisjes, die zoals bij elke overal, gegrepen werden om persoonlijk bezit dat wil zeggen bij zit te worden, twee zusjes, waren niet zoals anderen, losgerukt en in de vlammen gesprongen. Zij lieten zich meetronen na zich door zwakke lacherige blikjes met elkaar te hebben verstaan, het bezinksel van de Joodse vrouwenkring, voor vernieuwing noch voor handhaving rijp. Een schoudergebaar van aanvaarding uit nood, en een glimlach om de afwachting van de kansen, en zij kozen het halve leven voor de dood, na het omzien naar de juichende Joden, dat een tel lang twijfel en schaamte had gewekt.
De binten waaraan de klokken van de Sint Quirinus bevestigd waren, hadden de ijver van de stokende knechten en monniken niet kunnen doorstaan, de brandstapel was te dicht tegen de toren gebouwd.
Later liep de legende onder de Joden van het Duitse land, dat de klokken in hun hoogmoed te luid hadden gebeierd, en dat God hun toen de spraak had ontnomen. Een andere verklaring meende, dat het gietsel het werk was geweest van goede Christenen, dat het voor de hoogste Rechterschaar was gaan klagen over het aandeel in de moord waartoe zij gedwongen waren, en dat God zich toen althans over hen erbarmd had.
De paar honderd Joden die in de Synagoge waren gevlucht, hadden bij het vernemen van de tweede overval de deuren van het gebouw met alles wat zekerheid kon brengen, gesloten; zware banken, op elkaar gestapeld, werden er tegen geschoven, de toegang was onmogelijk geworden. Toen dat gebeurd was, wisselden Rabbi Mollin en Mendel blikken zonder een woord. Blijkbaar had God het zo beschikt dat zij zonder tegenweer hun