louter vernedering met haar samen zou zijn, maar niet bij machte, zich los te maken: ‘Trek dan met mij verder.’
Maar plotseling brak hij los:
‘Wat baat het of men ons het gevaar voor de ogen zet. Gij ook. Wat baat het? Laat ons liever sterven voordat het ons wordt aangedaan, in hun handen.’
‘Wij zullen niet sterven voordat het ons wordt aangedaan. Geen tien tellen vroeger. Wij zullen leven.’
‘Trek dan met mij verder,’ zei hij dof, ‘als ge dat nog wilt.’ Rifke zag naar zijn omlaag gezonken hoofd. Zij lachte heimelijk naar het verslagen gezicht van haar moeders verlooche-naar. Zij boog zich naar hem over, en kuste zijn wang.
Fantin zag op, met betraande ogen, maar die schitterden van verwachting en trots. Hij wilde haar handen grijpen. Zij rukte zich los, en stond glimlachend recht. Met een frons van bezorgdheid naar hem, zei zij nog:
‘Vlug weg uit Men te. Morgen nog.’
Zij ging, en bleef weg tot de avond.
En het was al te laat.