als straf voor de misbruiken van de wellustige priesters, en voor het dulden van de Jodenwoeker. Deze voorgangers spraken geen onverstaanbaar Latijn, maar een taal die ieder verstond ; zij spraken niet met geleerdheid om u te verwarren en onderdanig te stemmen, maar maakten de Eredienst tot een werkelijk deel van het leven. Zij zeggen dat ook zij zich door God gezonden weten, en dat ieder die een eerlijk en zuiver bestaan leeft, het recht heeft zich zonder Kerkelijke Biechtvader te onderzoeken en zich te verootmoedigen door zoen en kastijding. Dat sleurde het volk in de heetste aandacht: een vernieuwde kerkdienst buiten de Kerk, die in zijn hevigheid vorm gaf aan hun op gestapelde wrok om armoede, achteruitzetting en volgzaamheidsdwang. Burgers waren zij allen geworden, leden van een steeds groeiende en veranderende samenheid, in een ander, harder, ijveriger maar ook boeiender leven dan in hun schrale hoeven op het land. Zij schiepen millioenen voorwerpen die het mensenbestaan moesten dienen en die uit hun handen de wereld inreisden. Eén waren zij, tijden lang, met die dingen, beleefden hun wording en de inspanning van hun voltooiing, en het was of zij pas vandaag de trots om die zelfstandigheid en nuttigheid bewust werden bij de woorden van die Geselaars, die hun voorkwamen als sombere, ontvleesde heiligen in een omgeving van werkelijkheid. De woorden van die Heiligen sloegen door de lucht als openbaringen en geboden tot hen over, en schenen elk van hen los te willen scheuren uit de schelp van de onderworpenheid die hen allengs was gaan beklemmen. En daarbij werd hun hang naar de verering van het ongekende en ongrijpbare niet alleen ontzien, maar ook nog in sterke beweging gedreven; terwijl de Joden in hun bewaakte huizen op de Messias wachtten die hen plotseling in verrassende lichtstralen zou komen ontzetten, verlustigde zich het volk op het Munsterplein in die toespelingen op de redder Keizer Frederik Barbarossa, die, niet