Christus-bruid ontsteld en met innerlijk beven, toen zij zag hoe de haat tegen haar lotgenoten met de boudheid van het overmachtsbesef in het volk werd gedreven. Aan ‘Christus’ Ne-derdaling’ was een korte klucht voorafgegaan: de verbasterende bekorting van ‘het Vastenavondspel van Keizer Constantijn’. Men liet eenvoudig een dispuut verbeelden tussen een Rabbi en een Doctor. De Godgeleerde vroeg de Jood naar de stand van zijn ziel ten opzichte van de Christus, en de Rabbi mocht niet anders antwoorden dan met een gebrabbel van pseudo-Hebreeuws:
‘Cados, Cados, adoudi ririos,
Sim Sim Sechim Jerimrios.’
De Doctor wees hem daarop dan bondig terecht, en de Rabbi gaf zich gewonnen en wilde op staande voet gedoopt worden. Hij haalde zelfs zijn zonen die dat voorrecht niet mochten missen, en het toneel eindigde met een belangwekkende verklaring van de jongste Joodse generatie: de zonen verzekerden onder bulderend gelach van de menigte, dat zij nu gelukkig waren in de verwachting van de heerlijke worsten die zouden komen.
De Jezus-figuur in het laatste spel was naar de laagste to-neel-verdieping, de Hel, gedaald, om, zoals hij zei, Abraham en de Profeten te verlossen die daar ter zake van hun ontkenning van de Zoon Gods gevonnist, moesten branden. Maar omtrent Abraham was Christus tot een andere mening gekomen. En die plotselinge wending, het hoogtepunt van het spel, deed de Wormser toeschouwers in lachen en gejuich losbarsten. Want Jezus had in Abraham de grootste woekeraar van de stad herkend, en nu, zo werd het uitgeroepen, nu was het beter dat hij zou branden. Het gejuich van het volk klom tot een uitzinnig gebrul en tot onderling meegedeelde verrukking, toen Christus zijn knechten beval, vooral nog wat hout aan te dragen, opdat het vuur niets van Abraham zou