£Ge moogt niet eens zaken met haar doen,’ strafte zij naar de beide mannen, 4 zij is hier vreemdelinge, dat weet ge toch.’ Ook tegen Ozia broeide zij vijandigheid uit, die haar toch al vreemd voorkwam en nu nog geheimzinniger werd door die binnengevallen Christen-vriendin. Dat joeg haar op in haar uitzicht, dat de horizon geworden was van een vlieg. Enkele ogenblikken maar strijkt de wil tot verheffing en uitbreiding van hun blik uit de Rabbijnenmond over hen heen; dat raakt hen en draagt hun leven, al schijnt die verruiming in de verwarring van hun zwakheid onvindbaar.
Ricia voelde zich nochtans beklemd, en het heengaan met Ozia was een be vrij ding. Die moeilijkheden waarmee men hier het leven vult, mogen dan het kleed zijn geworden waarzonder men niet gaan kan, zij gelooft toch dat hoe groter de Gemeente, des te dikker en verknoopter de kleren zijn geworden. Zij kan het niet in woorden bewust maken, maar ontbreekt niet bij allen de liefde? Allen komen zij zonder keus bijeen in twijfelend vertrouwen: de liefde nestelt zich bij hen als de aanvaar-dings-deemoed van de slavernij.