Overal waar een verontruste geest of een ijdeltuit visioenen wist te melden, liep dan het volk te hoop, en vermenigvuldigde de lijkenbergen met de vlotte aansteking door dat samentrossen. Zo was het in het Italiaanse, in het Spaanse, in het Franse en in het Poolse land, en zo werd het in het Duitse. Het volk schreeuwde dat de artsen het gerucht van de Ziekte, en wel meer dan het gerucht! naar hier hadden gedragen, om zich te verrijken met de voorbehoeding. Dan beschuldigden de armen de rijken, die door uitroeiing de kostbare nooddruft wilden afschaffen; de machtigen en gezetenen verdachten de bezitlozen van het plan, hen uit afgunst te willen doen uitsterven, zoals de Joden dat uit vergeldingslust werd verweten. In armoe en verscheurdheid ontving dit Werelddeel de Pest: de Avignonse Paus in de macht van de Franse Koning; twee Keizers in gevecht om de macht over het Duitse Rijk; Francia zelf zes jaar lang in oorlog tegen Engeland, Spanje tegen de Moren, de Nederlandse Adel tegen het volk in de Hoekse en Kabeljauwse botsingen. Twee jaar tevoren had Oost-Friesland vele duizenden burgers aan de honger verloren; in Neder-Oostenrijk vond men bij de druiven-winning van September enkel groensel en afval in de sneeuw. Duitse steden klaagden over het slechte geld; de handwerkers kromden onder hun loon. In Florence werden alle dagen bijna honderdduizend rantsoenen brood van elk twaalf onsen rondgedeeld; in Avig-non, nog eer de Pest alle bedrijf verstikte, schonk men dertigduizend broden weg elke dag. De stadsraden van Zwolle, Deventer en Kampen in het Sallandse schreven Bisschop Jan van Arkel over de ‘treurige toestand van het land’. En de leiding zocht steeds naar afweer. De varkens die in de straten zwierven, werden op melaatsheid gekeurd; overal verbood men de mesthopen nog in het openbaar te laten liggen, en karrevrachten eikenhout en wijnstokken reden eindeloos naar de middelpunten van stad en dorp, om verbrand te wor-