93
vrouwen praatten zacht met elkaar over de erfelijk-gehate Rosensteins, en heftiger debatteerend, met veel al luider verdedigde meeningen, hadden de slagers en kooplui hem niet gehoord. Hartog Spier schoof dichter bij hen, nu nog zwijgend met naar hun zij luisterend overgenegen hoofd, steeds als een groote, die zich naar 't volk onderzoekend neerbuigt.
Doch de begeerte, zich in hun politiek gesprek te mengen, zijn rauwe felheden tusschen hen te slaan met verrukkelijken hartstocht, begon zijn houding van eenlijken trots al te ondergraven. Nu en dan deed een vrouw een domme vraag over de besproken Russische Joden-vervolgingen; dan zag hij al hatend op: kiek, die wisten nooit arregens van, as de man bezig was met de fijnste dingen van ‘t ende, dan vroegen zij of er ook een begin was.
„Och," klaagde Abrams, de groote slager, toen een der anderen van Zionisme gesproken had en vroeg, hoe de Russisohe Joden 't igauwst in veiligheid zouden zijn: „ze mutten an de andere landen vroagen um hullepe — de Koningen en de Keizers die mutten zich d'r mee bemujen, anders kump d'r toch niks van.
Hartog Spier wrikte zijn kop om als een hond die gerucht hoort en gaat blaffen; een haatlach reet z'n breeden mond vaneen.
„Wat zei-ie doar?" snauwde-ie naar den grooten rossigen Abrams, „hihi? wol-ie ook al meeproaten? Koningen en Keizers, haha! Hak ze in stukken as 'n hoop ofval van 'n sledhte koe en geef ze te vreten an 'n hond die in oe winkel kump! haha! wie d'r al niet meeredeneert! nogh! wol-ié Koningen en Keizers in gewichtige zaken mengen? hoehoe! haha! stum-pertien, stumpertien!" grijnslachte-ie al heftiger, nu de anderen vermakend met zijn gewoonlijk tot bijbelstijl aan-ijlende drift-extaze: „Loat ze zoepen en loat ze vreten, maar loat ze niet proaten over groote dingen, en vraag ze niet um road in gewichtige zaken! nogh!