IJERST vierden zij, begin herfst, de vier i weken feestdagen. Zij worden zoo ge-[ noemd, wijl ze tot nauwelijks 'halve werk-l weken een heele maand verbrokkelen; ze i zijn drie maal twee dagen en eenmaal een, telkens in een der vier weken; een intieme vreugdig-heid voor allen, schoon pijnlijk aan de armen door hun kostbaarheid.
Na de sombere verwoestingsherinneringen van de maand Ab, waarin al, als overgang, de Zaterdag na den vastendag zijn vertroosting zingt, daagt op den eersten en tweeden Tischrie 't Nieuwjaarsfeest, Maar het is geen luidruchtigheid van jubel; het is groot-ernstig en devoot van levensvermaning. Op den nieuwjaarsdag immers worden de eerste overwegingen over leven en dood, hongersnood en overvloed, oorlog en vrede, geluk en wee, gemaakt. Het is een stille dankbaarheid nu om het voorbije en een hartstochtelijke afsmeeking voor het kamende: och, in dat jaar toch mocht Israël teruggaan naar zijn land! De dag wijst ook waarschuwend naar dien anderen, den grootsten aller dagen, naar den Grooten Verzoendag, tien be-keeringsdagen later. De Synagogen staan dan, heel den dag, van den vooravond af, ruischend wit van maagdelijke wijding. Het is de dag, waarop der men-sohen smartelijke zwakheid onder lijfskastijding en in doodskleeren verheden wordt, want God besluit voor goed nu over opbloei of vergaan van enkeling en staten. Als vóór en op den Nieuwjaarsdag al, loeit de bazuin ter Biemah af omhoog, tot reinste aandacht-