125
kopjes met in koud-blauw uitgevoerde motieven van het ras dat het behang verluchtte, en die ze „stijl-kopjes" noemde, haar sterk-geurende koffie en uit geribd-glazen, nikkel omrand en gehengseld gebakpotje presenteerde ze bruingebakken boterkoek. Voor de tafel, de mouwboorden orrugeslagen van haar zwart-lusteren japon, zette ze zich tot drinken. Vader had z'n hoed afgezet, zat met z'n hand te strijken over z'n glimmende, op de kruin enkel nog fijn-grijze hoofd, bewreef dan z'n gezicht, z'n neus beknijpend, en afdalend naar de kin, eindigden de vingers met de baardslierten naar weerszijden genoegelijk uit te punten. Hij wou niet het eerst beginnen, de eenige, die van dat in vergadering behandelen van een huwelijk nog eenigen afkeer had, al kon hij niets leelijks of zondigs zien in het fatsoenlijk bijeenbrengen van twee jongelui tot degelijken sjiddesj.
„Nou?” haastte Naatje ongeduldig lachend, met haar kopje spelend: „zeggeris jonges, motte we wat beprate, of motte we niét beprate," en naar Sam rechts deelde ze schalklachend een kneep uit.
„Ja," hakte Moos door, en wierp z'n oom en z'n neef elk een sigaar toe, „we hebben niet lange neudig te proaten jonges, we mutten maar met de deure in huus vallen: spiekers met koppen sloan, heur."
Trots streek-ie met z'n dik-rooie hand z'n zwarten natten knevel op naar z'n frisch kleurende wangen en nam z'n sigaar uit z'n mond.
„Kiek nou ies an," redeneerde hij onder nerveus gekuch van Moeder, Vader en Sam en wijdoogend g/imlach-geglinster van Naatje, „zonder d'r duukies umme te winden, ik geleuve wel zie, as ik noa Amsterdam goa, dat ik det zaaiden met det meissien en met die oome wel kloar zal speulen; Sam die zal ongetwie-feld wel idee hebben," betoogde hij door de kamerstilte, „en as ze dan samen varder kennis hebben .•maakt, dan geleuve ik dat doar varder niet zoo