102
,,'t zal mien wonder doen as det goed giet...."
Langzaam, tussdhen Joede en Lion in, zijn narochelen nog hoorbaar in de kamer, strompelde Izak ’t voorhuis uit de straat op.
„Goddank," zuchtten de vrouwen en gingen rustig zitten.
Karei Rosenstein had den broer en de neven zien heen gaan. Zwijgend stond-ie op, strompelde zonder een woord langs ouwe Beem heen en ging kalm-tevreden de deur uit.