Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



nog dan hijzelf met zijn kans op tweehonderd gulden winst, zich zullen haasten hem te geven wat hij noodig heeft. Eén ding weet hij: in den uitersten nood heeft men hem nog nooit zonder handreiking gelaten, maar in den minder dringenden, waar hij de verruiming nadert van zijn koopmansplaats, daar werd hij nog altijd zonder hulp van raad of daad naar de grenzen van zijn enge gebied teruggedreven. Maar hy voelt zich nu toch sterk. Want men kan hem niks maken: weigeren Gazzen en broers, van Ginkel stopt het hem met vreugde in zijn jaszak. En nu zal het dan toch zeker eens gebeuren, wat nog nooit van zjjn levensdagen gebeurd is: minstens tweehonderd gulden minstens, schoon, komen van dit zoodje in de kast. En daar zal dan nu eens mee begonnen worden een stapje verder te gaan en een beetje meer lef te zetten, en God weet of men nog niet eens een keer een klein eindje vooruit kan komen: Ozer en Herman, al gaat het ze dan nou weer een beetje slecht, zijn toch lui van beteekenis geworden, gerekend naar waar ze mèt hem, vandaan komen. Zijn toch ook niet anders dan drek en klinkklare zuivere drek geweest in de wereld.

Twee honderd gulden minstens schoon, daar is geen enkele twijfel is daar op het oogenblik aan! Vrouw strakkies over een paar maanden in kimpet (kraam) ja, daar gaat natuurlijk wel van af; maar dat is er dan tenminste toch, en hoeft daarvoor godzijgedankt alweer niet gebedeld te worden, dat je moet staan: mag ik ook misschien asjeblieft.... ozoo! En overmorgen Nieuwjaar, kost ook een paar dubbeltjes extra. Maar niettemin er moet ook nog wel wat bijverdiend worden ook; als ’t maar’s eenmaal zoo’n beetje wou dóórloopen, dat je geregeld regelmatig je boterham zou verdienen, èn een klein stukkie tusschen duim en wijsvinger der bovenop leggen. Oh! — Potverdomme nog nooit geen tien gulden boven het aller-noodigste in je klauwen vastgehad. Ook al zijn leven lang in de kinderen gezeten maar tot over je pet toe! Dat is dan nou toch eindelijk een beetje „afgevoerd”. Ééntje nog, en daar heb je nog een flinke portie plezier van, ja maar niet zoo’n beetje? Als-ie daar in Sjoel staat te laajnen en te zingen op Sjabbes om de andere week als „de kleine Gazzen”, dat is dan toch ook even een „nenoowe” (genot) voor je als vader, dat het compleet is of der zóó een potje gloed van binnen en van buiten bij je aan het warmen is. Ben je dan geen kootsen (rijke) je bent tóch een kootsen. Want dat is niets als goud; dat is iedere keer is dat een bankje van vijfentwintig waard.

94
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.