Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



om het louter ondeugende element van Hanna’s houding. Eli kan daarop de zijne: die van diepe bevreemding tegenover het dubbeltjes-vraagstuk, zelfs met zijn aarzelende woorden niet meer uitspreken. Maar hij kan ook het plezier van de jeugd, waarvoor Hanna de saamhoorigheid van het huis heeft ingezet, niet meer deelen. Hij houdt zijn teleurstelling nog een beetje vast, in een gescheiden eenheid met Max; al is, op een afstand, de vroolijkheid van den jongen en het meisje, die elkaar in uitgelatenheid naderen, toch ook wel boeiend.

„Hij? hij zou vreeselijk beleedigd zijn als-ie dubbeltjes kreeg,” lacht het meisje met een bevalligen schranderen frons, „en juist hoe meer dubbeltjes hoe grooter de beleediging zou zijn. Ja, want één dubbeltje is nog zoo erg niet.”

„Nee, ik snap’t! Elk dubbeltje dat er bij komt, maakt ’m steeds verdrietiger!”

„Als-ie der vijfentwintig krijgt, loopt-ie der diep ongelukkig mee weg!” roept Hanna, „en dan houdt-ie ze, als vergoeding voor de beleediging!”

Marius lacht tranen. „Ja, ik heb me in een gevaarlijke toestand gebracht met die andere jonge.”

„Brrr! Jij bent de naarste mensch die-die ooit gezien heeft!” „Nou,” zegt Max schijnbaar schertsend, „en ga jij nou maar naar de keuken, met je kopjesdoek.”

„Mijn jongste baas,” spot Hanna, „de jongste en de brutaalste, niet?”

„Ja toe maar,” mokt Max, „’t is nou mooi genoeg geweest, smeer ’m nou maar naar je koppies, anders krijgen we straks geen schoone voor de thee, en dan krijg jij op je kop, meissie!” „Och laat’r blijven, wat dondert jou dat nou,” grapt Marius. Max blijft onverzoenlijk, en Marius wordt er verlegen mee. Van een pakje cigaretten uit zijn broekzak neemt hij een nieuwe en steekt er nerveus zijn oude mee aan. Max weigert zelfs van hem te rooken, hij is stil en nijdig. In dat oogenblik zonder spreken bekijkt Marius het meisje een beetje inniger, heel en al bezet met de bekoring om haar vriendelijke open flinkheid, den stevigen onbehaagzuchtigen stand van haar figuur, de krachtige zinnelijkheid van haar scheeven mond, de bruine, glanzende ondeugende, maar nu vrij-uit zelfbewust blikkende oogen onder haar ernstige brauwen, en haar ruime maar niet te hooge, betrouwbare voorhoofdvlak, bij de liefelijkheid van haar volle zachte, gladgestreken gescheiden haar. Met zijn al mannelijke jeugd die nog kiest naar het stilge-streelde ideaal van het niet al te rijke en verlichte gezin van

88
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.