Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



te komen, onder Rosalina uit, en onder zijn moeder uit, en onder dien klap op zijn kop uit vóór zijn geboorte, maar er steeds onder blijft, en zijn gangetje gaat. Eli weet niet wat de jongens van hem gescheiden houdt. Want zoo gaat het met Godard de Vries, die lichamelijk zwak en wel gevoelig is, maar die zich toch alleen maar in platte driftigheid kan opwinden en het nooit anders met je eens is over mooie dingen dan omdat hij wel gelooft dat zooiets toch wel netjes is. Randjes van hun werkelijke volle bevinding kan hij weten; hun geheelheid bij oogenblikken zonder scherpe omtrekken van de onderdeden vóór zich zien, maar hen zijn! hen heele-maal weten door hen te zijn! Wie is Paul van Marken, wie Gerrit Jan van Wyhe? Hoe is Matthias Born? „Pissebed, keldermot.” Hoe is Henri de Bas? Hoe is het hij hen, dat zij hem zoo minachten of aarzelloos haten? Hoe gaan de gedachten in hun hoofd als hun oogen hem zien? En hoe proeven zij, buiten hem, hun plezier: eten, zon, verdriet, spel? Waar houdt hun plezier op als zij lachen bij hun gemeenheden tegen hem? Als zij den sleutel in het water gooien die in een vriendelijkheid in hun handen werd gegeven, die van hem, van Vader’s schuurtje is, waar houdt dan de draad van hun plezier op, tusschen hem en hun, waar hij staat met den rug tegen den boom, en Paul van Marken weet dat hij nu eigenlijk een be-spottelijke, kinderachtig-laffe verrader is? Ergens moet dan toch hun plezier afbreken tusschen hen in, en hoe komt het dan bij hen terug? Hij staat, in den tuin, weer met zijn rug tegen een boom, en hij ziet het weer gebeuren. Treiterend lachend zien zij telkens om, tot zij op het hoogtepunt van hun plezier stilstaan, en nog eens lachen, en dien gooi slingeren hoog over het water. En verrukt wegrennen, bijna dansend van kwel-vreugde alsof zij, met hem zijn laatste recht te ontzeggen over zijn eigen liefste dingen, een juiste daad doen. Nee, dat is niet te begrijpen, dat andere: daartegenover kun je alleen maar gaan staan, hoog opgericht, met een verschrik-kelijken trots om jezelf en een minachting zooveel wijder dan de hunne, dat ze als in een boog, over hen heen grijpt en hen omsluit, en optilt. Tegen die aanmatiging van Paul en van Gerrit Jan, en tegen die hooghartigheid-van-niks, van Henri de Bas. Matthias Born maakt je stil in jezelf: alles van jezelf komt bij die houding van zwijgende verachting langzaam en stil in beweging, sluit samen, klimt in je omhoog en gaat als een vastheid van steenen palen afwachtend staan, groeiend, bouwend, versterkend, om eenmaal den aanval die toch moet

82

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.