Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



in hem weten en zijn houding wel belachelijk moeten vinden. Hier vooraan bij het huis, zoo dicht bij de nota’s en de rest van de idealen van Rosa van Raalte, hier is hij natuurlijk een beetje verzorgd, de hof. Hier is hij een beetje netjes gekamd; hier heeft hij een uitgestreken gezicht en een boordje en een paar manchetjes aan, en hij trekt een hangende miene van overeengekomen welvoegelijkheid naar de geziene bezoekers van het huis, alweer de Christenen dan, en naar den winkel ginds, verderop. Maar Rosa van Raalte’s verdeeldheid die haar terughoudt van den sprong in de volledige emancipatie, leeft in al haar werk. Haar winkel is op Zaterdag gesloten; in het atelier is men tot ’s middags bezig, en haar maaltijden van Vrijdag en Zaterdag zijn, onbesproken, zoo goed als volledige Sabbath-diners. Broertje Max is buiten alle Joodsche ritus opgevoed, tot zijn dertiende jaar naderde; toen liet Rosa hem een maand bij Rabbi Meyer op school komen en extra lessen nemen voor zijn eerste kennismaking met het Hebreeuwsch en de Joodsche Godsdienst-leer, en de heidensche H.B.S.-jon-gen stond in een tegenzin van vreemdheid, met zijn bidkleed en zijn hoedje zijn kerkelijke meerderjarigheid in Sjoel te beleven, tengevolge van Rosa’s onzekerheid of hij buiten de Joodsche kringen wel heelemaal naar haar zin zou kunnen slagen.

En zoo is ook haar tuin alleen in zijn eerste helft winkel- en streef tuin; bij de tweede helft, naar de muur en het poortje toe, daar is hij rest van Sjabbes-maaltijd, gesloten winkel, en voorgeschreven Paasch-matze met verboden vleesch; daar is geen aanleg meer, en vrijheid en broeiing beginnen er, als in Rosa’s gevoeligheidjes, haar laatste resten ras-besef, haar ontsnappende Joodsche zegs-wijzen, haar begaandheid met Eli’s armoede en haar ongewisse teederheidjes tegen Jankef’s meest burgerlijke en tamste kind Jozef. Daar is de tuin voor de jongens tuin geworden: de stilte van een beetje dichtheid en vochtigheid, de bijna mompelende levende zwijgenis van het aan zichzelf gelatene. En dat is niet eens verbeelding dat die zwijgenis mompelt en leeft. Want zij is vol leven. Het is het ongekende leven van plant, en ook van dier, dat hij schijnbaar geluidloos voelt voortdringen, alsof het alleen maar het geluid is van het leven-bewegen zelve, alsof het maar het leven zelf is van het bestaan. Want zelfs al was er niet het hooge trillen van een paar vliegenvleugeltjes, het doffe schuifelen van een pad over den grond, of de plotselinge zoem-scheut van een hommel-motor, zelfs dan nog zou hij daar, op dat oogenblik

77
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.